Broodje koude patat in Irak en de genegeerde oorlogen van de wereld / by Balazs Szucs

Lennart Hofman, correspondent vergeten oorlogen, vertelt ons over zijn werk en levensomstandigheden in oorlogsgebieden. Daarnaast doet hij ook een boekje open over misstanden in de journalistiek en waarom de oorlogsjournalist een bedreigd diersoort wordt.

BBP – Lennart, hoe lang ben je al bezig als journalist en wat is je achtergrond?

Lennart –
Ik heb een bachelor in antropologie en in religiestudies, een master in religiestudies, mystiek en westerse esoterie en een master in islaam in de moderne wereld. Hiernaast heb ik een post doctoraal opleiding journalistiek gevolgd, dat duurde een half jaar en werd opgevolgd door een stage bij de Geassocieerde Persdiensten (GPD). Daarvoor doorliep ik ook een stage bij Free Press Unlimited waarvoor ik naar Noord-Irak ben gegaan. Dus toen ik klaar was, wist ik iets van de islam en iets van antropologie, hoe mensen samenleven. Ik wist ook hoe je die stukjes in elkaar flanst. Dat heb ik bij mijn latere opleiding geleerd. Na dit alles was ik weer naar Noord-Irak gegaan, want daar had ik contacten en het was een interessant gebied door de oorlog met Syrië. Irak is eigenlijk altijd interessant, want er is altijd veel conflict. Dus daar zag ik kans om te beginnen als journalist, Want het is niet makkelijk om in dit vak te beginnen. Ik ben journalist geworden om verhalen te maken die ik belangrijk vind, dus niet die grappige stukjes in de zijlijn maar voor de inhoudelijke dingen. Om duidelijk te maken aan de wereld dat dit soort dingen niet goed zijn en dat dit een probleem is waar we vanaf moeten weten.

Dus toen kwam Syrië en daar waren geen journalisten. Ik kan natuurlijk wachten tot ik meer ervaring heb of er gewoon meteen heen gaan. Waarom zou ik nog wachten. Ik was ook niet meer super jong, achtentwintig. Het zou ook niet de eerste keer zijn dat ik naar Noord-Irak ging, dus onervaren was ik niet echt. Ik heb me verdiept, met mensen gepraat en kreeg zo vrij snel in heel erg goede contacten. Dus we besloten, samen met een fotograaf, om een dag naar Syrië te gaan. Om te kijken of ik het kan en of het veilig genoeg is, het is toch wel een oorlogsgebied. Ik nam me ook voor dat als ik terugkom na die ene dag in Syrië, dat ik niet meteen terug ga. Als je meteen teruggaat naar een oorlogsgebied en je vindt het heel avontuurlijk, dan kan je niet meer goed nadenken. Dus ik ben echt bewust na die ene dag in Syrië een maand lang in in Noord-Irak gebleven, waar het rustig is. Daar heb ik na een maand wachten bekeken of ik echt terug de oorlog in wilde. Zo kreeg ik goed door dat ik heel graag naar Syrië wil, want daar was een echt heel groot conflict bezig. In Noord-Irak was het heel leuk om met vluchtelingen te spreken, maar dat zijn niet echt de dingen. Ik kan best goed omgaan met de angst van zo een gebied, hiernaast vond het interessant en voelde me best op mijn plaats. Dus ik dacht, iemand moet het doen, die oorlogsjournalistiek, laat mij het dan maar doen. Dat is een van de hoofdredenen waarom ik erin zit. Toen ben ik het serieus gaan doen en daar kwamen goede publicaties uit voort.
 


BBP - Toen is het balletje gaan rollen?

Lennart – Ja. Trouwens over die goede publicaties, de eerste was over Noord-Irak. Het ging over een vluchteling die terug ging. Soms krijg ik wel de kritiek dat mensen naar oorlogsgebieden gaan om juist snel carrière te maken, maar bij mij is dat niet zo gebeurd. Het is ook niet waar, want je schrijft een keer een goed stuk maar de volgende moet ook goed zijn. Anders raak je het niet kwijt. Ik krijg mijn stukken nog steeds niet altijd verkocht. Als het goed is, dan verkoop je en anders niet.

BBP - Jouw studies met mystiek en religie, hoe verre komt dat nog terug in jou werk?

Lennart –
Toevallig heb ik net vandaag een verhaal geschreven over de yezidi's, die op de Sinjarberg zaten in Irak. Die worden afgeslacht. Genocide. Zij hebben een hele interessante religie met elementen die ik ken vanuit mijn studie. Dus dat is leuk, daar kan ik extra aandacht aan geven en dat heb ik ook gedaan. Daarin komt het wel terug. Maar ik denk dat er maar een paar lezers zijn die dat echt waarderen. Theologen of mensen met speciale interesses. Voor de rest gaat het bij mystiek vooral om de goede en het kwade en om de dood en leven. Dat soort fundamentele vragen en dat zie je in oorlogsgebieden.

BBP - Dus het is meer het praktijk dan het thoeretische gedeelte wat je in oorlogsgebieden tegenkomt?

Lennart
– Het is meer voor mezelf om dingen een plaats te kunnen geven. Je ziet mensen voor je ogen sterven. Nou, ook weer niet zo letterlijk, maar je ziet de ergste dingen en daar moet je wel mee omgaan. Niet dat het heel erg helpt, maar je houdt je wel veel bezig met leven, dood, goed en kwaad. Dus wat dat betreft, daar kan het dan.

BBP – Je bent momenteel correspondent vergeten oorlogen. Maar je hebt ook wel eens laten vallen dat het genegeerde oorlogen zijn. Waar ligt het verschil eigenlijk?

Lennart –
Eigenlijk alleen de naam. vergeten oorlogen klinkt mooier. Genegeerd is niet zo een mooi woord. Ik denk dat als mensen het lezen, dat het dan klinkt alsof iemand naar oorlogen gaat die vergeten zijn. Een oorlog is natuurlijk niet vergeten, want daarvoor moet het eerst bekend zijn en vervolgens door mensen vergeten zijn. De conflicten waar ik meestal kom halen vaak het nieuws niet. Ze zijn genegeerd.

BBP – Je gaat dus naar vergeten oorlogsgebieden, die hier ook minder bekend zijn. Brengt dat extra risico met zich mee of juist niet?

Lennart –
Het brengt extra riscio mee in de zin dat je het niet kan verkopen omdat bladen zeggen dat het een nieuwsaanleiding moet hebben. Ja, dat is het risico. Maar het is minder gevaarlijk. Meestal. Soms wel natuurlijk, het ligt er aan waar je heen gaat. Maar in Syrië zijn er meer journalisten. Dus daar wordt op ze gejaagd om ze te gijzelen en te verkopen. Dat zal je niet snel hebben in West-Papoea of dat soort gebieden, daar heb je andere gevaren. Ik denk dat daar in het algemeen het veiliger is omdat mensen vaker blij zijn dat iemand komt. Zij doen hun best om je te helpen. Het gevaar daarvan is wel dat je normaal gesproken in Syrië vaak samenwerkt met fixers. Die weten hoe het werkt, die doen het vaker. Maar in vergeten conflicten werken die mensen normaal niet met journalisten want die komen er ook nooit. Dus je kunt er minder op vertrouwen en je moet het zelf in de gaten houden.

BBP Je komt aan in een gebied, hoe ga je te werk?

Lennart
– Dat verschilt ook per gebied. Je moet in ieder geval een veiligheidsplan maken. Daarvoor probeer je alle risico's waar je van af weet in kaart te brengen en daar maak je een lijst van. Dan ga je kijken hoe die risico's zo klein mogelijk te maken zijn. Dat is meestal door niet te laten weten wanneer je waarnaar toe reist. Dus mensen weten niet dat je op dat moment vertrekt en waar je aankomt. Het is een hele lijst waar je een studie van moet maken, bijvoorbeeld moet je niet via de zelfde routes reizen en dat je ook heel goed op de hoogte moet zijn van de meest actuele situaties. Een kamp kan net ingenomen zijn op een bepaalde dag, die rebellen verplaatsen zich per dag dus je weet nooit zo goed waar ze zijn. Hiervoor moet je echt lokale mensen vinden. Dat zijn meestal commandanten in het leger, de politie en lokale journalisten. Ik maak meestal twee plannen. Een in Nederland die breed is en ter plekke maak ik het locaal. Dan maak ik een lijst met contacten en die stuur ik door naar de redacteuren in Nederland. Die staan ieder uur in contact met mij via sms. Als het misgaat dan worden daar de alarm nummers gebeld. Dat is meestal Reporters Without Borders, de ambassade en nog wat lokale mensen. Je moet zorgen dat je zo snel mogelijk wordt bevrijdt. Daarvoor hou ik die lokale commandanten op de hoogte. Zij worden als eerste geïnformeerd en die gaan dan naar mij op zoek. Vervolgens worden de machtigere mensen, zoals de ambassade en de VN gecontacteerd.

BBP - Hoe kan je de mensen die je interviewt benaderen, gaat dat altijd via fixers zoals in Syrië?

Lennart
Eigenlijk hebben alle oorlogsgebieden fixers. Maar als je vluchtelingenkampen in gaat heb je ze niet nodig. Noord-Irak vaak ook niet, eigenlijk nooit. Maar als je de frontlinie in gaat moet je sowieso een chauffeur hebben. Je kunt natuurlijk niet met je eigen auto rondrijden. Een verkeerde afslag en je bent dood. De chauffeur is meestal ook iemand die de taal kent en die organiseert vaak ook de interviews met bepaalde mensen.


BBP – Dus je bent in grote mate afhankelijk van de fixers?

Lennart –
Vooral in landen als Syrië. Daar zeggen ze vaak als grap dat je een toeristische tour voor journalisten neemt. Het is soms inderdaad bijna een grap dat de fixer zegt “zeg maar wat je wil” en zet dat dan vervolgens op een lijst. “We gaan naar een christen, ik wil graag een vluchteling, iemand die getroffen is en een vrouw die gegijzeld is en als seksslaaf is gebruikt.”. Die fixer gaat dan bellen en dan rij je rustig het lijstje af. Dat is best wel bizar.

BBP - Hoeverre heb je zelf de ruimte om die mensen te vinden?

Lennart –
Je hebt alle ruimte. Alleen die persoon woont daar en kent iedereen. Hij gaat zoeken. Als de fixer zegt dat het niet kan, dan gaat dat vaak ook niet. Maar het is niet Noord-Korea ofzo. Dan weet je dat je een super slecht verhaal krijgt en dan zou ik het ook niet doen. In een land als Syrië moet je wel heel kritisch blijven of het wel allemaal wel goede journalistiek is. Maar het hangt dan natuurlijk ook vanaf wat voor verhaal je maakt.

BBP - Dus de eindselectie ligt bij jou?

Lennart
– Ja, alles ligt bij jou. Fixers zijn wel de gene die met jou langs die plekken rijden. We krijgen vaak wel kritische verhalen te horen dat dit en dat niet klopt. Je kan ook iedereen die je wil op straat aanspreken voor van alles. Maar het ligt wel aan beetje aan het gebied.

BBP - Je bent niet de enige oorlogscorrespondent. Hoe staat het met de concurrentie?

Lennart
Dat is eigenlijk heel helemaal niet groot. Je kunt ook heel goed contacten vragen aan elkaar. Dat geven we gewoon. want de veiligheid is belangrijk en het is ook duur om te doen. Ik denk dat daarom er ook niet zo veel oorlogsjournalisten zijn. Het is duur en gevaarlijk. Je verdient ook nog eens niet zo veel geld ermee. Dat is wel een misverstand. Mensen denken vaak na dat je een keer een oorlog ingaat en dat je dan binnen komt met je grote verhaal. Dat is absoluut niet waar.

BBP In hoe verre dekt de opbrengst van de artikelen de productie kosten?

Lennart
Dat dekt het niet. Daarom werk ik samen met die specifieke fotograaf. Zo kunnen we het ook verkopen in Zweden. Daar zijn goede sociale voorzieningen en de afspraak dat ze meer betalen voor journalistieke producties. Je verdient daar gewoon drie á vier keer zoveel. Dat is het probleem met het verkopen in Nederland of in België. Daar lukt het matig en die betalen even slecht als Nederland. In Nederland krijg ik 700 euro voor een verhaal en in Zweden 2500 euro. Eigenlijk werk ik nu hier omdat ik bij De Correspondent alles kwijt kan en het een goed journalistiek platform is. Maar als ik het daar alleen voor zou doen, zou ik geld moeten toeleggen. In België krijg ik ook 700 euro. Met zijn tweeën delen we dat dan. Dat is dan 350 euro per persoon. Als ze geen grote reportages kopen n België vind ik het niet eens zo erg meer. Ach, 350 euro, dat is niet ze veel geld, ik doe er niet eens super veel moeite meer voor. Ik heb liever dat ik in Noorwegen verkoop. Dan krijg ik tien keer zo veel. Moet ik nu gaan bellen en mailen met die Belgen voor 350 euro. Dat is best frustrerend, die kopen dan soms wel en soms niet. Soms proberen ze af te dingen tot 250 euro voor een reportage. Die kost mij gewoon 5000 euro om te maken en willen ze het voor 250. Ik zou terug moeten mailen dat ze zich moeten schamen dat ze het durven te vragen.

BBP – Je zit eigenlijk in een niche met de vergeten oorlogen. Er komt ook wat bij om uit de kosten te komen. Wat denk je, zou je hier ook lang in het vak willen blijven?

Lennart
– Jawel, ik doe ook wel Syrië en Irak er nu bij. Daar verdien je wel best wel goed geld mee, want daar is wel nieuws. En met andere landen die het ook goed doen. Maar ik ben geen journalist geworden om dezelfde verhalen te maken als de rest. Ik wil de vergeten oorlogen doen, en die kan ik dan doen met dat geld. Je kunt ook niet altijd naar Syrië en Irak. Als je dat een keer doet dan zeggen ze dat ze de komende half jaar geen grote verhaalen meer hoeven. We doen dus een maand lang een beetje Syrië en Irak en dan doen we weer een maand anders en dan gaan we wel weer terug. Daar hebben we contacten en het is best goedkoop. Het is ook dichtbij. We wisselen het een beetje af. Sommige Syrische verhalen verdienen iets meer geld, maar dat kunnen anderen ook wel doen. Andere verhalen doen we voor minder geld, maar dan heb je wel echt verhalen die je echt zelf moet doen. In Syrië en Irak maken we ook verhalen die verteld moeten worden.

BBP – Naast de keuze van onderwerp, is er nog iets wat jou onderscheidt van andere oorlogscorrespondenten?

Lennart – Misschien wel dat ik altijd met dezelfde buitenlandse fotograaf werk, daar onderscheiden we ons zelf wel mee. En dat we in Zweden, Nederland, België, Noorwegen en Duitsland publiceren. Dat zie je ook niet zo vaak natuurlijk.

BBP – Over die fotograaf, Andreas Stahl, hoe is die samenwerking ontstaan?

Lennart - De eerste keer was ik met een nederlandse fotograaf naar Syrië. Die wou maar een keer mee en ging daarna terug naar Nederland. We begonnen allebei net en hadden niet veel geld. Ik had een fixer geregeld die ons over de grens kon smokkelen. Alleen die vroeg ongeveer zevenhonderd euro hiervoor. We hadden nog geen verhalen verkocht en dan is het best veel geld, dus hier waren we over aan het twijfelen. Toen kwamen we twee andere jongens tegen van mijn leeftijd. Een amerikaanse journalist en een zweedse fotograaf, Andreas dus. Die waren het zelfde als ons aan het doen maar zij hadden nog geen contact om de grens over te gaan en probeerden dat ter plekke te regelen. Ik dacht, we vragen of ze meegaan en dan delen we de kosten. Dat gingen we doen en dat ging goed. Vervolgens ging ik terug naar Noord-Irak. Andreas ging met die amerikaan terug naar Syrië. Zij gingen dus wel meteen terug de volgende dag. Ik had met mezelf afgesproken dat ik niet meteen terug ging. Daarnaast zou ik dan niet mijn verhaal kunnen verkopen. Zij kwamen daar onder vuur te liggen en de amerikaan is toen neergeschoten. Door zijn voet dan en moest toen eruit. Zij hebben daarna twee maanden niets gedaan en toen belde ze mij. Ze hadden één stukje verkocht aan Noorwegen voor drieduizend euro en daarmee nog aardig de kosten eruit gehaald. Ik heb in die zelfde periode full time time gewerkt voor ongeveer zeshonderd euro per maand. Maar goed, ze hadden het zowel fysiek als financieel overleefd, net. En ik ook, net. Toen wilden we weer terug naar Syrië. Die amerikaan is inmiddels verliefd geworden op een syrische meisje. Hij ging ook met haar trouwen en hierdoor kwam die fotograaf zonder journalist te zitten. Ik had een fotograaf nodig en het klikte ook tussen ons, dus het kwam allemaal best wel goed uit. Nu werken we ruim twee jaar samen en dat gaat prima.

BBP - Hij is je vaste fotograaf geworden?

Lennart - Ja, hij zegt altijd dat ik zijn vaste journalist ben.

BBP - Als geintje, of schuilt er meer achter?

Lennart -  Meer het idee alsof foto's minderwaardig zijn aan de tekst. Dat is het natuurlijk niet. Opzich, ik geef hem deels wel gelijk. We gaan sowieso samen en die plekken bereiken en de contacten leggen is het grootste werk. Dat doen we allemaal samen. Alleen aan het einde is het anders. Hij gaat zijn foto's doorlopen en ik schrijf de tekst op. Dat is het verschil. We werken wel samen, en naast het verhaal staan de foto's.

BBP - Jullie maken in die gebieden ook persoonlijke dingen mee, zoals die journalist die verliefd wordt op een Syriër, die niet in de artikelen komen. Hoe verhoudt dat zich, jouw persoonlijke beleving en je journalistiek?

Lennart – Die verschil valt wel mee. Je moet wel oppassen dat je er geen dingen aan overhoudt, zoals een trauma. Bijvoorbeeld in gebieden met luchtaanvallen bestaat er de angst voor dat wat er aankomt. Dat moment is natuurlijk heel groot, want je hebt er geen enkele grip op, maar het gaat in je lichaam zitten. Dus als ik dan in Nederland ben en er komt een vliegtuig aan, dan weet ik wel dat die me niet gaat bombarderen, maar mijn lichaam gaat dan wel reageren door adrenaline aan te maken, weg te willen of in ieder geval iets te doen. Ook al weet je dat het niet gebeurt, toch word je zwak. Daar had ik wel last van in het begin. Ik voelde de misselijkheid en de zwakte opkomen. Later kreeg ik door dat er dan een vliegtuig aankomt en toen besefte ik dat die reactie niet echt een goed teken is. Maar ja, je moet er veel over praten met mensen en dat heb ik ook wel gedaan. Ik heb niet zulke erge dingen meegemaakt. Maar het is niet normaal dat je door het geluid van een vliegtuig helemaal in de stress schiet. Ik weet ook wel dat het je er eigenlijk helemaal geen vat op hebt.

BBP - Het wordt een reflex.

Lennart - Het wordt een overlevingsinstinct, wat je opzich wel af kan leren, het schijnt ook door te praten. Ik woonde toen in een bos en had een vriendin die geen enkele interesse had in oorlog, maar wel in door het bos lopen. Zij liep ook continue te klagen over haar problemen, dus zo konden we het aangename met het onaangename combineren. Allebei klagen, en allebei door het bos lopen. Maar ik had ook vrienden die wel in oorlog geïnteresseerd waren. Het is ook een interessant onderwerp om over te discussiëren, maar daarnaast is het gezellig om af en toe met wat mensen door een bos te lopen ouwehoeren. En het is ook goed, want op een gegeven moment ging het weg. Ik heb er nooit meer last van.

 

BBP – Het komt op een gegeven moment in je zitten en dat moet inderdaad over gaan.

Lennart - Je moet het niet onderschatten en denken dat het niet uitmaakt, maar voor het zelfde geld komt het op een dag terug. Als je bijvoorbeeld kinderen krijgt en dan zie je al die beelden. Al die kinderen in die kampen terug. Ja, dan heb je een probleem. Ik hoor nog wel eens van mensen die in de vijftig zijn dat ze nooit last hadden van iets en op hun vijftigste ineens met hartklachten, stress en dergelijken te maken kregen.

BBP - Eigenlijk bevind je je in twee werkelijkheden. Eentje is het burger leven in Nederland en de andere is in oorlogsgebieden over de wereld. Hoe is het om in en uit te lopen tussen de twee?

Lennart - Je moet het gewoon doen, er is vrijwel geen andere optie. Je bent soms in de oorlog en soms in het normale leven. Dat is af en toe een beetje raar. Bijna altijd denk je wel ergens aan, al is het aan die mensen in die kampen. Niet dat je er helemaal depressief van wordt, maar je denkt er altijd wel aan.

BBP - Je bent onlangs terug gekomen uit Syrië. Hoe is je alledaagse leven hier?

Lennart - Normaal als je terug komt ga je zo snel mogelijk je informatie uitwerken. Want als het nog vers is kan je het makkelijk verkopen. Dat had je nu ook, het was bijna kerst, Dus voor de kerst moest je het allemaal af hebben, want daarna zeggen ze: “Sorry, het is allemaal oud. Nu hoeft het niet meer.” Dus je moet gewoon doorwerken. Dat is ook wel een probleem want je komt net terug uit een oorlogsgebied en je hebt geen tijd om eventjes bij te komen. Je moet meteen door. Dat is wel een beetje moeilijk, gewoon irritant. Vorige keer was het bijna zomer vakantie en dan moet je daarvoor alles hebben afgeleverd, want die redacteuren gaan weg. Dan heb je al je informatie voor niets. Voor de rest is het in Nederland zo snel mogelijk je stukken schrijven en bedenken waar je de volgende keer naar toe gaat.

BBP - Hoe lang blijf je meestel in zo een gebied?

Lennart - We proberen meestal een maand. Het ligt eraan, in een oorlogsgebied kan je vaak ook niet heel lang blijven.

BBP - Is dat ook tijd genoeg om een goed beeld te kunnen vormen?

Lennart - Daarop moet je je verhaal uitkiezen. Als je de gehele Syirsche samenleving wil doorgronden en kijken hoe de stemming er is, dat kan je dat natuurlijk niet doen in een week. Maar dat is ook niet de taak van de journalist. Dat is de taak van een antrolopoog of een onderzoeker. Als een journalist moet je zorgen dat je bepaalde mensen spreekt en hun meningen goed, duidelijk en helder krijgt. Die weeg je vervolgens af om een verhaal van te maken. Dat is je taak als journalist. Het is ook niet voor ieder verhaal nodig dat je een jaar in het veld moet blijven. Je kunt meestal erin en eruit, drie of vier dagen en dan komen er weer gijzelaars achter je aan.

BBP - Want hoe is het leven in dat gebied voor jou als journalist?

Lennart -
Het ligt er heel erg aan waar je komt, maar meestal word je opgevangen door een groepje rebbellen. Dat is de veiligste manier om rond te reizen. Die hebben wapens en zij weten wat ze moeten doen om niet gepakt te worden door de overheid. Maar daar zijn vaak ook spinonen in dorpen, die staan onder druk en gaan dan aan het leger melden dat ze een blanke hebben gezien. Daarmee breng je die mensen in gevaar. Dus hoe langer je ergens blijft, hoe gevaarlijker het is voor die mensen. Het is zo raar als je om gaat met die rebellen, dan word je naar een safe house gebracht. Dat is een plek waar ze journalisten naar toe brengen of andere mensen die onderduiken. Dat kan in de jungel zijn, een huisje van iemand of een hotel. Daar wacht je dan en dan komen ze langs. Soms, in oorlogsgebieden, als je ver van het front bent kan je gewoon vrij rondlopen en een taxi pakken om naar een vluchtelingen kamp te gaan bijvoorbeeld. Je kan gewoon de stad in en rond wandelen en je hebt ook steden natuurlijk, daar kan je vrij doorheen lopen.

BBP - Dus je kan zelf het programma opstellen?

Lennart –
In de grote steden ben ik meestal zonder fixer. In Noord-Irak kan je iedereen bellen die je wil. Daar ga je gewoon met mensen afspreken. Alleen voor echt materiaal uit het veld, dus de echte oorlog zoals mensen in kapot geschoten dorpen, dat zijn de momenten waneer je een fixer nodig hebt. Maar daarbuiten ben je vrij.

BBP - Hoe zit het met taal?

Lennart -
Steeds meer mensen kunnen tegenwoordig engels, dat scheelt. Maar ja, dan krijg je maar een bepaald beeld want het zijn wel opgeleide mensen daar die engels kunnen. Meestal hebben we vertalers. Dat is vaak gewoon iemand die engels kan, maar je moet ze wel goed uitzoeken van welke stam ze zijn, welke achtergrond ze hebben, om zeker te weten dat ze goed vertalen. Maar dat is meestal niet zo een probleem.

BBP – Hoe is het culinair?

Lennart -
Dat is echt verschrikkelijk. Broodtje koude patat. Het eten is echt slecht. dus daarom wil ook niet lang meer doorgaan. Want je zit op de goedkopste gore hotel kamers. Het stinkt, er zijn kakkerlakken en je eet verschrikkelijk slecht. Als ontbijt eet je wel eens gewoon broodtje patat. In Irak. Koude patat. Met falafel in het koude vet. Dat word je ook zat want je komt terug en je bent helemaal gaar, je voelt je gewoon ongezond. Dat hebben ook andere journalisten. Dat ze ermee ophgehouden zijn omdat het gewoon ongezond is. Je eet ongezond en je zit maar in die kamertjes. Ik kan nooit sporten, ik kan nooit even de natuur in om een mooie wandeling te maken. Het is ook vaak regenachtig. Je zit maar in je hotelkamer of op straat en er zijn heel veel autos in het Midden-Oosten. Overal waar je komt rijden er auto's rond. Over de straat lopen is best wel leuk en ik doe het ook heel vaak, maar dan loop ik de hele dag tussen het verkeer rond. Je kan ook naar een hele grote shopping mall toe en daar zitten mensen de hele dag waterpijp te roken. Dan zit je daar hele de dag veelste zoete thee te drinken en ook waterpijp te roken. Dat is best wel gezellig maar na een maand heb je het ook gehad en wil je echt een sinnassappel. Het is ook dat ik daar niet woon. Ik ga steeds van de ene plek naar de andere en dan heb je geen eigen plek. Als je wil ontbijten heb je geen eigen keukeken en er is niet echt belleg. Ik weet niet waarom, maar in Irak doen ze niet echt aan ontbijten. Dus dan eten we gewoon broodtjes patat en koude hamburgers. Dat speelt allemaal in mee waarom ik denk dat ik dit niet mijn leven lang ga doen.

BBP - Als je meer geld ter beschikking hebt, kan je dan wel bij betere hotel en resturants terecht?

Lennart -
Je kan wel iets beter eten, maar dan zit je in luxe resataurant. Dan is de overgang te groot naar het werkveld.

BBP - Want dan onderscheid je je eigenlijk?

Lennart -
Ik zit met het gore eten, maar daarna ben ik buiten en dan ben ik blij dat ik buiten ben. Je kan dan op zoek. Maar als je in een luxe hotel zit dan kom je daar moeilijk uit. Dan kom je in een soort bubbel van luxe hotels en luxe plekken, dat is niet goed voor de verhalen uiteindelijk. Ik zit zo wel in die theehuizen en heb dan veel contact met de mensen. Dat is wel een erg groot voordeel.

BBP - Je zit vast aan het culuur en het dieet van de mensen daar.

Lennart
- Dat is wel iets wat echt meespeelt daar. Ook in Soedan waar we een reis hebben gemaak, staan ze niet echt bekend om hun goede keuken. Ze haden nog wel hele goede net gebrande koffie, maar het eten. Hersens en maag. Best wel de dingen die je hier niet graag eet. Je werd er niet ziek van, maar ik at het met in mijn hoofd als reden dat ik wel moet want anders val ik om. Dus daar zat je echte hersens en zulke stukken hart te eten. Op sommige dingen moest je een kwatier kauwen en dan spuugde je het weer maar uit in de hoop dat je alsnog maar wat er uitgehaald hebt. Ik ben toen in een week of twee tien kilo afgevallen, wel speelden daar ook vochtverlies en stress in mee.

BBP – De andere onderdelen van de culturen waar je in terecht komt zoals de gewoontes. Hoe gaat dat?

Lennart -
Dat gaat goed, soepel. Heb echt meer problemen met de eetcultuur dan met de gewone cultuur, de omgangsvorm. De meeste mensen zijn gewoon blij dat je er bent omdat je een verhaal komt maken. Ze zijn vaak gewoon aardig. Je komt aan en je wordt altijd uitgenodigd en kan overal wel blijven slapen. Mensen vinden het vaak leuk om eens iets te zien uit een ander land. Ik kom ook vaak in gebieden waar niet zo veel toeristen komen natuurlijk. dus dat gaat soepel. Als je iemand om hulpt vraagt, dan rollen ze vaak direct de rooie lopers uit. Iets anders is wel als je de fout maakt dat je de verkeerde persoon aanspreekt. Het went wel snel, maar je moet een beetje tactisch zijn. Als je bijvoorbeeld een kamer binnen komt en je ziet allemaal mannen zitten waarvan je weet niet wie de leider is, dan moet je gewoon naar de oudste. Die stuurt je dan wel naar de leider toe. Die ziet op zijn beurt dan wel dat je naar de verkeerde bent gegaan, maar wel naar de oudste ging. Zo een oudste heeft vaak ook een bepaalde positie in de groep. Je moet je ook altijd voorstellen, altijd een visitekaartje bij je hebben. Die geef je dan en dat is ook een teken van respect. In Nederland hechten we er niet zo veel waarde aan, maar in zo een land wordt dat wel gewardeerd. Zij vinden het vaak ook heel mooi, die kaartjes. Dat is ook een moment van rust is en dat het duidelijk is dat we nu gaan beginnen. Vaak moet ik ook speeches geven. Ik leg dan even uit wie ik ben en dat doe ik dan wel iets grootser dan wat wij in Nederland gewend zijn. In Nederland zou ik gewoon mijn naam zeggen, maar daar moet je echt zeggen: “Ik kom hier voor de mensen in mijn land, ik ga ze uitleggen wat er met jullie volk aan de hand is.” Dat waarderen ze heel erg, dat je gewoon de moeite neemt om van helemaal de andere kant van de wereld naar hun toe te komt om te lusiteren naar hun verhaal.

In die culturen is het vaak zo dat je welkom wordt geheten door de hele gemeenschap. Soms is het echt supermassaal. Ik heb wel eens in West-Papoea gehad dat een gigantische dans werd opgevoerd met een heleboel mensen, helemaal beschilderd, met pijl en boog in de hand en trommels als begeleiding. Gewoon een uur lang dansen voor ons. Vervolgens moesten we iedereen nog een hand geven, het was een super grote optocht. In Soedaan kom je ergens en dan zitten ze klaar en er wordt wel verwacht dat je een speech gaat houden. Nederland kennen ze soms niet zo goed, maar als je Arjan Robben of Robin van Persie noemt, weten ze het allemaal. Dat voetbal helpt een hele hoop. Sinds het WK is het ook makkelijker voor mij, iedereen weet dat Nederland derde is geworden.

BBP - Zijn er ook culturele verschillen waar je als blanke nederlander niet doorheen kan komen?

Lennart -
Ik heb wel eens in Burma iets gehad, maar dat was volgens mij gewoon persoonlijk.  In Azië heb je soms dat je mensen beleidigt op een manier wat je als Nederlander niet doorhebt. Nederlanders zijn heel direct, je kan gewoon tegen iemand zeggen: “Kan je niet even opschieten.” Daar heb je dan echt ruzie, maar dat laten ze niet merken. Ze nemen vervolgens gewoon hun telefoon niet meer op. Dat is ook bij ons gebeurd. Iemand zei tegen ons: “Morgen om negen uur komen we jullie ophalen.” Om tien uur stond er een gast voor de deur. Ik dacht al, nou lekker laat, maar we gingen mee. Die jongen met wie we de afspraak hadden gemaakt was er niet bij. Ik vond het al raar maar ik dacht best, hij was van het leger. Toen bleek gewoon dat de man die ons had opgehaald via een ander persoon was gegaan. En de jongen met wie we een afspraak hadden is er gewoon van uitgegaan dat we hem zijn gepasserd, ik wist dat helemaal niet. Die jonge was zo boos geworden dat hij allemaal verhalen vertelde over ons die niet klopten en nam zijn telefoon niet meer op. Daar hadden we een heel groot probleem. We zatten ergens in een hotel, konden daar onmogelijk weg want we mochten de straat niet op. Dat was gevaarlijk, want er waren Chineese spionen ofzo. Toen hebben we drie dagen lang daar gezet. Op een geven moment dacht ik, dit is echt bizar. Die jongen neemt zijn telefoon niet op. Ik had een sms gestuurd dat dit een misverstand is en had het al door dat die jonge zich gepaseerd voelde, maar het was gewoon te laat. Toen hebben we allemaal mensen gebeld en uiteindelijk heeft iemand op hem ingepraat. Wij konden niets doen, we werden gewoon ogpehaald door iemand en we hadden ook een afspraak om die tijd, dus hoe konden we het weten. In Nederland kan je gewoon zeggen dat het een misverstand is. Maar hij voelde zich aangevallen, dat was echt vanuit het cultuur. Toen voelde ik echt:  Jezus, dit is echt een andere cultuur. Natuurlijk hebben zijn er altijd wat dingen die anders zijn, maar verder hebben we daar nog nooit nadeel van gehad. 

BBP – Hoe staat het met het huidige stand van journalistiek volgens jou?

Lennart - Veel ten goede en veel ten slechte. Goede is dat het goedkoper is, steeds meer mensen spreken engels en je hebt het internet waardoor je heel makkelijk contacten kan vinden. Dat is goed. Wat minder is dat er heel weinig geld is. Ik maak me wel een beetje zorgen over de toekomst van de oorlogsjournalistiek. Het freelancen is bijna niet te doen. Meeste Nederlandse journalisten die in steeds andere gebieden werken zijn vaak vaste journalist of ze vragen steeds fondsen aan en gaan dan een grote trip doen. Marja dat hele fondsen aanvragen, dat is geen doen. Het kost hartstikke veel tijd, je moet de hele tijd wachten en vaak word je afgewezen en dat duurt maanden. Zo was er nu een deadline op vijf januari, het kwam nu toevallig goed uit want ik was net klaar met mijn artikelen. Maar normaal, als ik die zou missen zou ik een maand moeten wachten voor dat er überhaupt weer een deadline komt en dan moet je nog een maand wachten of je hoort of dat je het hebt. Dan ben je twee maanden verder en ben je alweer failliet. Er zit zo een druk achter en die druk is gevaarlijk want dan ga je meer risico's nemen. Als je meer risico's gaat nemen wordt het gevaarlijk. Je ziet niet veel mensen van mijn leeftijd die oorlogsjournalistiek doen. Ik snap het ook wel, ik denk dat ik ook over een paar jaar op hou en ik weet ook niet of ik verder wil in de journalistiek. Denk het niet. Over vier jaar heb ik het wel een beetje gezien, ik heb dan de conflicten aangeduid die ik wilde. En dan hou ik ermee op en zoek ik maar een echte baan. Als ik op kantoor ga zitten en mijn stukken schrijf zonder risico, verdien ik tien keer zo veel geld.

BBP - Je wil over naar het gewone nieuws?

Lennart – Nee, geen nieuws. Dat vind ik te saai. Dat is het nadeel, als je eenmaal in oorlog bent gegaan wil je nooit meer iets anders. Omdat het gewoon leuk en interessant is. Alleen als ik normaal mijn huur moet betalen en een gezinnetje heb, ga ik niet meer die risico's nemen. Ten eerste als er iets gebeurt als je kinderen hebt, is het dan een te grote risico. Ten tweede, je verdient gewoon niet genoeg geld om rond te komen. Dus dan hou ik ermee op en dan moeten andere mensen het maar doen. Maar ik denk niet dat ze het gaan doen. Dat vind ik wel een groot probleem binnen het journalistiek. Het stopt gewoon omdat het puur vrijwillig is. Ik hoor mensen wel klagen over oorlogsjournalisten dat te snel naar een gebied of te kort gaan. Ik vind dan doe het lekker dan zelf. De enige reden dat ik het doe is omdat niemand anders het doet, omdat ze geen geld hebben en het gewoon gevaarlijk is.

BBP - Dus je werk berust op het ideologie dat iemand het moet doen?

Lennart - Ja, ik heb dit nooit gestudeerd. Ik heb gewoon mystiek gestudeerd en islam. Het was ook nooit mijn intentie om dit te gaan doen. Maar omdat niemand anders het doet ben ik het maar gaan doen. En ik kap er ook mee over drie of vier jaar. Dan ben ik het ook helemaal zat. Dan zit je er weer en word je gebombardeerd en zit je weer met mensen die dood gaan. Dan ga je wel twijfelen over of het dit wel waard is. Maar als het verhaal dan af is en ik later terugdenk aan die mensen, dan ben ik weer blij dat ik dit kan doen en wil ik iets anders. Het is een baan van uitersten, raar werk.

BBP – Dat is het menselijke kant. Jij kan eruit stappen

Lennart - Ik wil het ook gewoon niet te lang doen. Je denkt er ook altijd aan. Het is heeft best een impact op je. Nu is het nog best wel leuk en ik ben nog jong.

BBP – Hoe oud ben je precies?

Lennart – Dertig. Maar het is beetje zorgelijk, want het vak sterft uit. Het is al uitgestorven. Ik zou het eigenlijk al niet moeten doen. Het is dat ik nog met Zweden wat meer geld ermee verdien. Maar nog steeds niet veel. Er zijn niet veel mensen meer die het doen en nieuwe kunnen ook nooit echt inspringen. Je moet al met heel veel eigen geld naar Syrië gaan zonder ervaring. Je kunt wel zo een veiligheidscursus doen. maar die zijn onzinnig en ze kosten achthonderd euro. Dan ben je al je geld kwijt. Dat moet je nooit doen want dan ben je gewoon een hele slechte ondernemer. Als je al je geld investeert in een veiligheidscursus.

BBP - Kan je uit ervaring leren en uit gesprekken met mensen die ervaring hebben?

Lennart - Je moet opzich wel zo een cursus hebben. Dat is ook wel goed. maar achthonderd euro, daarvoor moet je ruim een maand of twee werken. Je moet gewoon zorgen dat je al je geld bij jezelf houdt om überhaupt rond te komen. Dan hoor ik nog wel eens mensen zeggen dat het onverantwoord is dat mensen geen veiligheidscursus of kogelvrij vest hebben. Die mensen hebben geen idee. Ten eerste heb je een kogelvrij vest niet echt nodig. Je zit niet altijd onder vuur. Zo heb ik nog nooit onder vuur gelegen. ben wel eens gebombardeerd door vliegtuigen. Maar dan heb je ook niet zo veel meer aan zo een vest.

BBP - Je werkt als freelancer met als vaste afnemer De Correspondent. Maar wat zijn nou de voor en nadelen van freelancer zijn?

Lennart - Dat ik vrij ben in mijn onderwerp keuzes, Ik kan nu doen wat ik echt wil. Als ik wel eens stukken zie bij NOS of RTL, zijn die soms echt heel erg slecht bij oorlogen. Dan staan ze aan de rand en roepen ze: “We zien nu een bom vallen.” Maar dat kan iedere journalist doen. Als je beetje de diepte in wil gaan, gaat dat niet. Zo heb ik bijvoorbeeld een stuk op RTL gezien over de Yezidi's. Ik ben de naam van de verslaggever even kwijt. Maar die doet ook vaak stukken over Noorwegen. De verslagen zijn leuk, maar die zegt dat de Yezidi's een rare sekte is die als duivelsaanbieders worden weggezet. Dan zegt 'ie dat het een heel bijzondere tempel is. En dat is het dan. Als hij even iets meer zijn best gedaan had, dan had hij geweten dat dit veel interessanter kan. Ik zou er nooit in willen werken. Met De Correspondent kan ik de diepte ingaan en ze laten je ook vrij. Ik kan daar het beste maken wat ik kan. Ik heb ook voor GDP gewerkt, maar daar moest ik over een raar Irakees supermarkt en dat soort onderwerpen schrijven. Maar ik schrijf absoluut niet voor een breed publiek. Omdat heel veel mensen niet geïnteresseerd zijn in het buitenland. 

BBP – Dat blijft inderdaad de eigen keuze van de lezers.

Lennart - Ik ga niet even schrijven voor een breed publiek. want dan moet ik altijd die link met Nederland leggen. Met Marco Borsato en dat asielzoekers ook de pindakaas in Nederland missen. Ja, als mensen dat willen horen is prima, maar dat ga ik niet doen. Ik ga niet mijn tijd ermee verdoen. Ik schrijf echt voor een een publiek wat al geïnteresseerd is en over onderwerpen die ik zelf interessant vind. En dat kan bij De Correspondent. Dus dat past precies in waarom ik het doen. En ik verdien er ook nog best wel goed en ze hebben ook met veiligheid goed geregeld. Ze zorgen dat ik in contact kan blijven, alles gaat via hun. Dat is gewoon heel goed. Verzekering regel ik zelf omdat dat gewoon goedkoper is. Die zou ik kunnen declareren maar daar hebben we het nog nooit over gehad.