Oink, Oink Motherfucker! / by Balazs Szucs

Iemand is dood. Even stopte ik en verwerkte mijn betrokkenheid. Ben een buitenstaander zover ik weet, maar zij, zij niet. Zelfmoord. Strop. Zo is hij gevonden. Nu is het een week verder. De steeds bedrukte week van voorbereidingen en onbegrip raakt zijn piek.

Voor deze kwetsbare franje van de samenleving komt het hard aan, misschien wel harder dan bij de normale burgers. Het kan ook zijn dat ik dit er zelf in wil zien. In de gangen van het huis, onbekende gezichten zoekend voor troost en steun. Zij kenden hem allemaal. Ondertussen vloeien de voorbereidingen over in uitvoer en het huis is “nog nooit zo schoon geweest.”

In de ochtend hoor je nog de busjes en auto's die vertrekken en daarna alleen nog de stilte. Zij zijn weg, de laatste vaarwel voor de brand. Vergezeld door giften voor het volgende wat hierna ook moge komen. Slayer en wodka zal er in ieder geval zijn. 'Oink Oink Motherfucker' zoals zijn krans getuigt.

De bode van hun terugkomst heeft geen moment gefluisterd. Terwijl zijn vuur gedoofd is raast het bij hen door. gevoed door de pijn, ongeloof, drugs en alcohol terwijl ze door al hun emoties heen knallen. Ongeremd komt het naar boven als een oerkracht en het huis moet maar wijken. Ik weet niet wanneer de eerste kreet naar boven kwam borrelen maar “ALLES GAAT KAPOT!” Wat in handen kwam ging eraan om zichzelf maar vrij te kunnen geven. Tot aan bloedens toe. Tranen en geschreeuw in de ene hoek, gelach en rust in de andere terwijl ieder zijn manier “FUCK! FUCK! FUCK! FUCK!” breekt er doorheen. Een deur explodeert de ruimte en een ander zakt ernaast in. Metal raast. Moshpit begint en de muur gaat eraan. Ruwe rouw. Catharsis. De rest komt later.