Gearview: Mamiya RB67 Pro S by Balazs Szucs

The truck. This. Thing. Is. Awesome. I have always loved medium format and this camera serves me well. It is bulky and a bit awkward to handle sometimes due to some of the button placements, but I'll be damned if it isn't a good system. The controls are fully mechanical and the parts are interchangeable on all fronts. If you want some automation, then you should look at the Mamiya RZ67 line. With its switchable film back's I can have multiple films loaded and ready. With a PC-cable, I can hook it up to my flash system. The film cartridges can be turned sideways to switch between portrait and landscape view. Giddy-up.

This camera has been built with studio use in mind, so it is always a nice challenge to take it out and do street and news photography with it. Besides the handling, the only thing to keep in mind is that it doesn't have built-in lightmeter in the body (the RZ series do). There is a viewfinder with one, but it would be too bulky for my style of work. Anyhow, this means that external metering is needed, preferably with a light meter. Oddly enough I found that there is a difference in the resulting image when I use the readings from a compact camera and a light meter. But that is a topic for later.

The recording format is 6x7cm with this camera, which is on the higher end of the medium format scale. It gives me more surface to record details on upon, even though it limits my regular rolls to ten shots instead of twelve. But quality over quantity and learn to quick load, my friend. Keep in mind that medium format camera requires quite some precision when focusing due to it's 'negative' crop factor compared to regular full frame cameras.

My wishlist for this camera is grip bracket and the prism finder so that it will be easier to shoot in a more dynamic fashion.

In conclusion: Don't mind the weight and lift for glory.

RFID implantaten en de toekomst van een piercer by Balazs Szucs

We konden op een rustige middag in gesprek gaan met Tom van Oudenaarden, eigenaar van Piercingsstudio Utrecht en specialist in Radio Frequency Identification (RFID) implantaten. We spraken over het ontstaan van zijn carrière, body modifications in het algemeen en het samensmelten van de technologie met de mens door ontwikkelingen als RFID-implantaten.

 

BBP – Jij bent een van de meest opvallende piercers van Utrecht, zowel met je acts als in het algemeen. Wat denk je, is het ook zo?

TvO - Ik weet niet wat mensen van mij denken, wat mensen van mij vinden. Wat ik wel weet, is dat ik een goed bezochte shop heb met veel vaste klanten, waaronder ook klanten vanuit het buitenland. Ondertussen vervangt Tom met een paar vlugge bewegingen de vuilniszak in de wachtuimte. En nog steeds moet ik zelf de vuilniszak doen, stofzuigen en dweilen. Maar het hoort erbij. Ja, een eenmanszaak zonder personeel, dan moet je alles zelf doen.

 

BBP - Je doet niet alleen de standaard piercings, maar ook RFID-chips, susspensions en nog meer.

TvO – Eigenlijk alle soorten body modifications. Siliconen implantaten, brandmerken, scarification, susspension en RFID's. Scarification gebeurt toch wel regelmatig, volgens mij heb ik vijf tot zes klanten per jaar hiervoor. Het is een erg specifiek iets. De siliconen implantaten zijn nog minder. Alhoewel, vorig jaar had ik er ook vier of vijf. Susspensions (red. mensen worden met haken door de huid opgetild) gingen niet zo hard laatste tijd. Ik doe er heel weinig marketing voor en ben ook heel weinig opzoek naar goede nieuwe locaties. Wel zou ik er ooit een vaste plek voor willen vinden. Het is wel een lastig iets aangezien het de meeste tijd kost met voorbereidingen.

BBP – Je implanteert ook RFID-chips. Wat houdt dat precies in?

TvO - Je kan met RFID tags meerdere dingen doen. Je kunt het gebruiken als een persoonlijke identificatie nummer om bijvoorbeeld je voordeur mee te kunnen openen of je auto van slot te halen. Zelf ontgrendel ik mijn computer mee. De chips die ik heb en die ik verkoop zijn van Dangerous Things. Deze hebben 888 bit aan geheugen. Je kan het programmeren om er data op te zetten. Er is een iemand in Nederland, die heb ik paar weken geleden gechipt, wie zijn bitcoins erop heeft staan. Dat is alweer een hele andere vorm om deze geheugen te gebruiken. Meestal wordt het gebruikt om applicaties op je telefoon aan te sturen. Dat is het eigenlijk waarom de meeste mensen ze nemen. Eigenlijk staat deze technologie nog in de kinderschoenen.

BBP - Ik hoorde dat je ook vliegtuigtickets op de chip kan zetten.

TvO - Dit kreeg ik van de week van iemand mee, dus ik moet het zelf nog goed uitzoeken. Maar de kern is dat Japanese Airlines werkt inmiddels met RFID, of ook wel Near Field Communication (NFC), om hun inchecktijden te verkorten. Het schijnt dat je zo een half uur korter nodig hebt om in te checken. NFC-apps zitten ook op bepaalde telefoons en dan je die langs een apparaat halt om te registreren om daarna kan je gewoon doorlopen.

BBP - Als het zo verder groeit, blijft het niet meer bij een estetische vorm van body modification maar wordt het een integraal technische onderdeel van iemands alledagse leven.

TvO - Absoluut. We werken al jaren in Nederland met NFC technologie. Je OV-chipkaart berust ook daarop. Het is alleen een andere soort chip wat daar gebruikt wordt. Het is wel een NFC-chip, maar dan iets uitgebreider. Hiernaast is het ook geblokkeerd, je kan er niets aan tweaken. De nieuwe bankpasjes gaan er ook mee werken, Je hoeft dan de pinautomaat niet eens aan te raken – bliep - en hij doet het.

 

BBP - Zijn er eigenlijk risico's? Want de chip wordt ten eerste onder je huid ingebracht. Maar er staat ook data op. Hoeverre zou dat door andere aangevallen kunnen worden?

TvO - De afstand van waarop RFID of NFC te lezen is, is beperkt. Slechts een centimeter of vijf. Theoretisch zouden mensen met een sterkte batterij van een grotere afstand je data kunnen lezen, misschien zelfs overschrijven. Dangerousthings.com heeft een app ontwikkeld waarmee je een wachtwoord op je chip kan zetten. Dus dan is er niet zo maar mee te tweaken. Hij is dan een soort van beveiligd. Wat het gezondheidsdisco betreft; de chip zit in een biocompatible glas. Loodvrij, dus daar kan je lichaam gewoon tegen. Het glas is ook totaal inert, dus er blijven geen bacteriën aan hangen. Dat werkt ideaal. Het groeit niet vast maar wordt ingekapseld door onderhuids bindweefsel. That's it, zo zit 'ie vast. Als je het eruit wil halen, maak je een sneetje door de huid en bindweefsel heen en je drukt het er zo uit. Dat is geen enkel probleem. Door de cilindervorm en hoe de uiteinden aan elkaar zitten is het schockproof en resistent.

BBP - Hoeverre komt deze technologie overeen met normale piercings?

TvO – Niet, dit is meer gericht op computer mensen. IT'ers, computer en innovatie mensen. Achtennegentig procent van mijn klanten weet niet eens wat NFC is of kent het wel, maar zeker niet in deze vorm. Dat is het mooie van wat er nu aan de hand is en dat de media erop inspeelt. De klanten die bij mij binnenkomen hiervoor, of waar ik naar toe ga, zijn nog nooit in een tatoeage of piercingsstudio geweest. Op dat moment stapt op een klant binnen op zoek naar neusringen. Aan de hand van een paar vragen komt Tom erachter wat voor een bevestiging de al aanwezige piercing heeft en helpt de jonge meid snel verder in haar zoektocht.

BBP – Dat is inderdaad het andere helft van het munt, je hebt inderdaad een piercingstudio.

TvO – Van alle IT'ers die hiermee bezig zijn zullen sommigen een kleinere tatoeage hebben, maar de meeste zullen helemaal geen piercings of wat dan ook hebben. Het is voor hun helemaal nieuw. Ik heb zo vanochtend een meneer gechipt uit New York hier in de winkel. Ik vroeg hem ook of hij ooit in zo een winkel is geweest. Nee, nog nooit. Dus hij zat ook een beetje ongemakkelijk in de stoel, niet perse vanwege de procedure, die had hij twee dagen geleden live on-stage gezien, maar vanwege de aparte setting. De deur gaat open en de volgende klant stapt binnen, zij heeft eerder een piercing bij deze shop laten zetten en wilde het weer wat strakker vast laten maken. Dit gebeurde in enkele secondes waarna zij weer verder ging.

BBP – Hoe kan je dergelijke mensen tegemoet komen?

TvO - Je kunt me inhuren en dan kom ik naar een locatie wat voor jou een fijner is. Wel pas voor groepjes vanaf vijf mensen. Als wil kan het bij jouw op kantoor, met vier of vijf collega's erbij. Maar we gaan het niet in de kroeg doen. Voor vijf man of meer, dan kom ik naar je toe. Want ik moet in potentie mijn winkel dicht doen en dan loop ik heel veel klanten mis. Dus ja, ik moet gecompenseerd worden.

BBP - Dit is ook vrij uniek voor normale shops, dat je besteld kan worden voor dergelijke dingen. Wat opgemerkt moet worden is dat je eigenlijk een vrij nieuwe shopbeziter bent.

TvO - Ja, sinds 2014.

BBP - Dat is ook op een bijzondere wijze gegaan. Wat is eigenlijk jouw geschiedenis en van deze shop. Hoe je hier bent terecht gekomen?

TvO – Een lange stilte valt voordat Tom weer begint te vertellen. Ik ben ongeveer tien jaar geleden begonnen als personeel bij Magic Piercing Studio. Al vlak in het begin ging de eigenaresse met zwangerschapsverlof. Toen heb ik de winkel in mijn eentje mogen draaien. Daar heb ik al heel veel van geleerd. Ik kom eigenlijk uit de horeca vandaan. Uit de keuken, ik ben zelfs chef-kok geweest. Vergeleken met de horeca is het organisatie en het draaiend houden van het bedrijf is niet zo ingewikkeld. Maargoed, ik werkte hier en er kwam nog een zwangerschap waardoor ik de winkel weer overnam. Uiteindelijk deed ik eigenlijk bijna alles voor de winkel. De eigenaar, die bemoeide zich niet zo heel erg veel ermee. Ze deed de bestellingen, maar nieuwe website maken deed ik. Contact met de media is ook altijd allemaal voor mij geweest. Ik wilde meer, ik wilde mijn eigen winkel. Toen was de vraag, ga ik weg en ergens anders een winkel openen. Daarbij zou ik heel veel van mijn klanten mee nemen en het hier laten zou vallen. De vraag was of er een mogelijkheid is waarbij ik deze winkel kan overnemen. Nu hebben we het zo bedacht dat ik voor 5/7 deel ben ik eigenaar van deze winkel. Ik betaal mijn eigen huur, ik heb mijn inkoop en mijn eigen sieraden..Magic Piercing Studio heeft 2/7 deel betaald. Dus 2/7 huur en hun eigen sieraden, eigen omzet, inkoop, alles. Zo hebben we dat gescheiden. We zijn twee bedrijfjes op een locatie.

BBP – Werk je dan ook nog voor 2/7 deel voor Magic?

TvO - Ik werk niet voor Magic maar voor mezelf. Voor de rest heb ik niets met Magic te maken. We delen een pand, en dat is het.

BBP – Jouw winkel bestaat hier dus nu al een jaar. Wat heeft dat voor je klandizie betekend?

TvO – Dat is gestegen.

BBP – En hoe ga je verder? Je komt nu ook op redelijke speciale plekken vanwege aanvragen, of was dat er al voor dat je met de shop begon?

TvO - Dit is helemaal nieuw. Het balletje is aan het rollen gekomen door een artikel in de Panorama van september 2013. Hij haalt gelijk ook de verweerde Panorama uit de krantenrek bij de deur. En er zijn bedrijven zoals Permanent Beta die je een soort springplank geven zodat je kan laten zien waar je voor staat. Zij hebben regelmatig conventies, Permanent Beta dagen, waar ik elke keer gevraagd word om de chips te zetten. Dit was ook een boost omhoog. Nu word ik van alle kanten benaderd om de chips te zetten. Zowel door particulieren als bedrijven. Ook grote organisaties die lezingen en evenementen organiseren. Zo is er bijvoorbeeld Singularity University, dit is een is een Amerikaanse organisatie die zich bezighoudt met techniek en innovatie. Zij geven ook lezingen voor de top van het bedrijfsleven. De kern bericht is simpel gezegd 'jongens ga mee met de technologie'. Een heel mooi voorbeeld is gesteld door Peter Diamandus met het Kodak syndroom. In 1967 had Kodak honderdveertigduizend medewerkers, een miljarden bedrijf. Toen kwam de digitale fotografie met zijn 0.1 megapixel. Gemaakt en ontworpen door een medewerker van Kodak. Maar Kodak dacht, 'wij verdienen heel veel geld met al die filmrolletjes, wij willen niets weten van dat digitale, dan verdienen wij stuk minder'. Twintig jaar later - failliet. Kortom, groei mee, anders loop je straks achter en dan ben je het kwijt. Ook een statement is dat de top vijfhonderd bedrijven van nu, over vijftien jaar failliet is. Omdat ze niet meegroeien of zelfs vernieuwing tegenhouden.

BBP - Het is puur evolutie eigenlijk.

TvO - Precies. Piercingsstudio Utrecht groeit mee. We doen de nieuwe dingen. We lopen een stap voor op de rest van Utrecht. Kwalitatief veel hogere sieraden. Andere piercingtechnieken. Leren, leren, leren! Je bent als mens nooit uitgeleerd. Als je stil gaat staan met 'ooh ik weet het allemaal wel', dan loopt er straks iemand weg die het beter kan. Dat mag niet gebeuren. Niet hier!

BBP – Dus het is echt het drang van het leren en de beste zijn gebundeld met echte interesse in de technologie wat jou drijft.

TvO – Het leuke is, ik kan nog geen computer besturen. Ik kan e-mailen, maar als mijn mail vastloopt moet ik iemand bellen om het op te lossen. Ik ben heel blij dat mijn vriendin wel aanleg heeft voor computers, want het maken van een factuur op de computer, daar heb ik haar voor nodig. En ik moet je eerlijk zeggen, de laatste tijd schrijf ik nogal wat facturen uit. Een veelzeggend lach bevestigt dit. Vooral vanwege die bijeenkomsten waar ik naartoe mag. Maar ik snap computers niet. Ik probeer het wel en ik blijf ermee bezig, want ik ben inmiddels met technologie omhuld. Ik heb een chip in mijn hand, ik heb een telefoon en een horloge waarop ik mijn twitter ontvang, mijn gmail, mijn facebook en mijn berichtjes. Als ik wil kan ik praten tegen mijn horloge. Die staat in verbinding met mijn telefoon. En als ik ergens te ver bij mijn telefoon vandaan ben, dan gaat dat ding trillen. dan weet ik dat ik die vergeten ben. Dat is ideaal trouwens want ik vergeet dat ding niet meer. Ik heb een laptop, en heb thuis een computer. Ik moet zelf uitvogelen door middel van lezen hoe dat apparaat werkt. Hoe koppel ik het aan mij mobiel, hoe zorg ik dat ik het berichtjes wat ik op het web ontvangen verstuurd kunnen worden naar mijn telefoon, die gelinkt wordt met mijn horloge. We blijven bezig.

BBP – Dus eigenlijk loop je voor op de technologie, waarvan je eigenlijk maar een beginnende gebruiker van bent.

TvO – Absoluut.

BBP – Hoeverre komt dat aan de orde bij lezingen aan technische mensen?

TvO - Andere mensen geven de lezingen over de technologie. Om daadwerkelijk te laten zien dat je die chips kan implanteren, daar hebben ze mij voor nodig. In principe zou iedereen het kunnen. Dat komt doordat de maker, dangerousthings.com. alles op zo die manier gemaakt heeft. De chip is al in een naald gestopt bijvoorbeeld. Maar doe dit soort dingen niet thuis. Daar heb je mensen voor nodig die weten hoe je moet prikken. Dat is heel belangrijk en daar hebben ze mij voor nodig.

BBP – Dus jij bent de uitvoerende kracht.

TvO - Ja, inderdaad, ik ben de uitvoerende kracht. We gaan op tien december naar een Biochaking Summit in Helsinki, Finland. Daar gaan we met een groepje naartoe, Armal Graafstra, de ontwerper van de chips, Maarten den Braber, Martijn Aslander en Ruben Hornbach. Wij gaan daar op dat congres chippen. De jongens vertellen wat de technologie is, wat je ermee kan en waarom je het zou moeten doen. Vooral die laatste, waarom je het zou moeten doen. Dan mag ik mee om de chips te zetten. Dat is een hele unieke uitdaging.

BBP – Het is nog inderdaad heel erg gericht op IT'ers. Maar wat is de drempel voor de gewone mens. Voor iemand die redelijk met een computer en smartphone omweg kan?

TvO - Het grootste valpunt is waarschijnlijk de prijs van de chips. Dat ligt nu op tweehonderdtwintig euro ex. BTW. Ik had gisteren een aanmelding van een meisje uit Nieuwegein. Zij wou echt het zo een ding. Maar bij het horen van de prijs was de reactie 'ohja, fack. Ik moet dan gaan sparen.' Het is toch een behoorlijk hoog bedrag. Maar voor een bedrijf, die kan de btw aftrekken en als het bedrijf het betaalt, dan kost het je prive niets. Dan wordt het steeds interessanter.

BBP – Het is nog steeds goedkoper dan een smartwatch.

TvO – Nou, ik heb mijn smartwatch voor honderdzeventig euro gekocht, dus dat viel mee. Toegegeven, het was een toeval dat ik 'm zo goedkoop kon kopen. Die avond kwam ik thuis en mijn vriendin vloog tegen het plafond. 'Godverdomme weer geld uitgegeven.' Maar het is mijn winkel die geld heeft uitgegeven. Maar ja, okay, dat snapt ze nog niet helemaal. Dit is een zakelijke aankoop en dat heb ik heel bewust gedaan, voornamelijk omdat ik er ook mee kan bellen. Het gebeurt heel vaak dat de telefoon over gaat en ik het niet kan opnemen, bijvoorbeeld als ik mijn handschoenen aan heb. Als ik nu de huistelefoon doorschakel naar mijn mobiel, dan begint dit ding ook te rinkelen. Ik druk op het knopje en dan kan ik bellen terwijl ik met mensen aan het handelen ben. Dat is ideaal.

BBP – Wat is de technische kant van het verhaal, om daadwerkelijk iets met dat ding te kunnen doen. Hoe lastig is het om het te programmeren?

TvO – Dat is heel makkelijk. Gelijk staat hij op en geeft hij een demonstratie met zijn eigen chip en telefoon. Hij houdt zijn hand op een paar centimeter van het toestel, opent een speciale NFC-app. Heel simpel, read...en dat ben ik. Op het scherm zien we een volledige overzicht van wat er allemaal op de chip staat. Je kan de serienummer zien, 'NXP' is de chip, 'mifareclassic' is het RFID gedeelte en dit is wat er bij mij op mijn chip staat. We zien in dat rubriek een link naar en youtube filpmje. Tom klikt erop en de app gaat gelijk door naar het filmpje. 'Oh wow, Google heeft gelijk een advertentie ervoor gezet. Ja, krijg je als je teveel hits hebt. Kijk vierendertigduizend weergaven. Dit is het filmpje van de bitcoin meneer. Hoe het bij hem en tien anderen is gezet. Voor mij is het leuk voor promotie. Het grappige is dat Henk-Jan Smith er ook mee rondloopt. Maar momenteel blijft het lastig voor RFID implantaten om het gadget gehalte te ontstijgen. Er zijn veel projecten om applicaties te ontwikkelen waardoor het een integraal onderdeel kan worden van onze samenleving. Zo is er een Zweeds project waarbij vijftig mensen zijn gechipt. Ze worden nu gevolgd om te zien wat echt nodig is om verder te ontwikkelen.

BBP – Dit allemaal is eigenlijk een voorproefje van het cyborg idee. Het een worden met de technologie.

TvO - Ja...dat is zo. Als ze eenmaal zover zijn dat je een chip of een en implantaat achter het oor kunnen plaatsen om te kunne communiceren met mijn telefoon ben ik de eerste die dat wil. Ik zou dat fijn vinden om dat te kunnen doen. Je hoort je telefoon en zegt tegen 'answer' of 'decline' en voor de rest kan je meteen praten. Wat nog veel mooier zou zijn als de technologie verbonden zou staan met je hersenpan. Dat je niet meer hoeft te praten, maar alleen hoeft te denken. Die is ook eng, want als je denkt; kutwijf. Ja, dan worden het interessante gesprekken.

BBP – Eigenlijk is het nu wachten op echte tweezijdige communicatie met de technologie.

TvO - Heb je van de week Back to the Future gezien? Daar had je zo een skateboard die zweeft, een hoverboard. Maar die bestaat nu. Tony Hawk, de wereldberoemde skateboarder, die heeft er van de week voor het eerst erop gestaan. Technologie gaat steeds verder. Dat is te mooi voor woorden. We hebben dit soort films nodig zoals ook Star Trek. Een hele hoop dingen uit star trek zijn er al. We gebaren op het zelfde moment naar onze smartphones, die apparaten die bijna niet meer weg te denken zijn uit onze dagelijkse bestaan. Pecies. De mobieltjes. We hebben de sciencefiction nodig om te bedenkend wat een interessante applicatie zou zijn om te maken. Op het congres waar ik van de week was, was er een spreker volgens wie je via mobiele technologie je dingen kan scannen. Het horloge die ik om heb controleert mijn hartslag, en het kan mijn suikerwaarde controleren. Dat doet 'ie constant. Als er iets mis is dan geeft ie mij een teken. Dat komt allemaal uit de sciencefiction films. Dat gaan we allemaal waarmaken. Dat is toch te mooi voor worden.

 

Ondertussen stapte een klant binnen die even naar ons blijft luisteren, Maar algauw komt de piercer in Tom weer naar boven en helpt hij de klant met adviezen voor een ontstoken piercing. Het blijkt dat een andere shop de jonge meid antibiotica heeft meegegeven om de wond mee te behandelen. Dit is uit den boze aangezien het ernstige gevolgen kan hebben voor de klant. Niet veel later komen nog een paar klanten binnen. We zeggen nog een paar vlugge woorden van vaarwel tegen elkaar en ik laat Tom van Oudenaarden weer aan het werk gaan.

Scott Kelby trekt massa bij Professional Imaging by Balazs Szucs

De fotografische beurs Professional Imaging in Nijkerk staat dit jaar weer geboekt als een succes. De hoofdspreker dit jaar was Scott Kelby, oprichter van Kelby Training en een van de meest erkende fotografie docenten van de afgelopen jaren. Kelby gaf een lezing over hoe je je fotografie kan verbeteren.

Na een snelle sprint door het beursgebouw in Nijkerk viel een ding op; het lijkt kleiner dan vorig jaar. De vloer is bijna het zelfde ingedeeld, maar de maat van de stands en de aantal exposanten lijkt minder. Dit kan puur aan het gevoel liggen, zeker als er naar de Canon medewerkers geluisterd wordt, volgens wie 'het net zo groot is als vorig jaar.' De enige stand die echt opvallend groot heeft uitgepakt in vergelijking met vorig jaar is Olympus, die nu ruimte had voor demo's, lifestyle impressies en een service station. Voor veel bezoekers is echter dit jaar weer de opkomst van sprekers, met name Scott Kelby, de grote trekpleister.

Hogere klasse

Kelby zelf heeft wat minder van de beurs meegekregen maar was wel onder de indruk, ondanks dat zijn enige vergelijking in Europa Photokina uit Duitsland is: “Het lijkt erop dat dit op een hogere klasse bezoekers is gericht en dat is goed. Er is veel licht, fotoboeken en die jongens daar verkopen ophang systemen voor galerijen. Ik denk dat dit een geweldige show is. Eerlijk gezegd heb ik vrij weinig kunnen rond lopen, ik heb vooral les gegeven en met mensen gepraat. Op de gallery prints na heb ik vrij weinig kunnen bekijken, zo heb ik helemaal geen product demo's gezien.”

Elf Punten

Hij gaf zijn lezing op zaterdag en zondag, en de inhoud stond in lijn met zijn levensdoel; mensen betere foto's leren maken. “Mijn baan is om te leren, ik ben een docent. Ik maak voor mezelf ook foto's en er zijn de genres waar ik van hou, maar ik voel dat mijn echte rol het verder helpen van andere fotografen is. Om de zo veel mogelijk technieken te leren en wanneer ik het gevoel heb dat ik ze meester ben die door te geven aan iedereen. Dat is mijn echte baan in het leven.” Om de presentatie bij te wonen was dringen geblazen want de theater zaal was wat smaller dan vorig jaar. Sommige mensen zijn dan ook afgehaakt hierom. Desondanks was de show vermakelijke en leerzaam. De elf punten die hij aanhaalde om betere foto's te kunnen maken zijn vrij snel op te sommen en lijken vrij voor de hand liggen, maar zijn uiteindelijk lastiger om meester te worden dan meeste mensen denken. De kern van zijn verhaal was om te zorgen dat je interessante dingen fotografeert, je zelf toeleggen op een genre en daarin jezelf voor minimaal een jaar verdiepen, je apparatuur voor het doel gebruikt waar het voor bedoeld is en te zorgen dat alleen je beste foto's het daglicht zien.

Old School

Voor de fotografen die deze richtlijnen willen na streven was er op de beurs volop aanbod van fabrikanten die hun nieuwste ontwikkelingen toonden. Voor elke technische aspect van fotografie was er wel een stand te vinden en velen leken ook hiervan te genieten. Dit is volgens Kelby ook een leuk aspect van fotografie: “Zo ver ik kan zien blijven fotografen die al langer in het vak zitten, verder werken zoals ze het hiervoor deden. Ik denk dat smartphones wel nieuwe mensen heeft geïntroduceerd in de fotografie, dus er zijn veel nieuwe gezichten. Ik ben er zeker van dat er veel puristen zijn die terug willen naar de basis technieken van fotografie, maar het blijft natuurlijk een hobby voor de meeste mensen en apparatuur is een leuk onderdeel daarvan. Ik zou ook niemand zeggen dat 'ie geen apparatuur moet kopen of dat slecht is. Het is je hobby en als je er van geniet en er van houdt om foto's te maken, dan zou je dat niet doen? Daarnaast is er ook Instagram en veel mensen gebruiken het, maar het heeft onze visuele taal niet veranderd. Het enige wat het gedaan heeft is meer mensen geintreseed gekregen in de ouderwetse stijl. Dit omdat de meeste filters proberen te lijken op het stijl van oude polaroids, Fuji en Kodak films. Maar ik wil ook niet zeggen dat dit ook de spiegelreflexfotografie transformeert, want meeste spiegelreflexfotografen willen juist niet dat hun foto's op Instagram lijkt.”

 

Iedereen is fotograaf

Al met al was het een beurs die met een tevreden gevoel verlaten kan worden, ondanks de impressie dat het wat gekrompen is. Als we kijken naar de fotografie markt van afgelopen jaar zou dit een tendens kunnen bevestigen dat deze tak van fotografie terug trekt naar de wat serieuze schieter in plaats van het “iedereen is fotograaf idee”. We zullen het zien.

Broodje koude patat in Irak en de genegeerde oorlogen van de wereld by Balazs Szucs

Lennart Hofman, correspondent vergeten oorlogen, vertelt ons over zijn werk en levensomstandigheden in oorlogsgebieden. Daarnaast doet hij ook een boekje open over misstanden in de journalistiek en waarom de oorlogsjournalist een bedreigd diersoort wordt.

BBP – Lennart, hoe lang ben je al bezig als journalist en wat is je achtergrond?

Lennart –
Ik heb een bachelor in antropologie en in religiestudies, een master in religiestudies, mystiek en westerse esoterie en een master in islaam in de moderne wereld. Hiernaast heb ik een post doctoraal opleiding journalistiek gevolgd, dat duurde een half jaar en werd opgevolgd door een stage bij de Geassocieerde Persdiensten (GPD). Daarvoor doorliep ik ook een stage bij Free Press Unlimited waarvoor ik naar Noord-Irak ben gegaan. Dus toen ik klaar was, wist ik iets van de islam en iets van antropologie, hoe mensen samenleven. Ik wist ook hoe je die stukjes in elkaar flanst. Dat heb ik bij mijn latere opleiding geleerd. Na dit alles was ik weer naar Noord-Irak gegaan, want daar had ik contacten en het was een interessant gebied door de oorlog met Syrië. Irak is eigenlijk altijd interessant, want er is altijd veel conflict. Dus daar zag ik kans om te beginnen als journalist, Want het is niet makkelijk om in dit vak te beginnen. Ik ben journalist geworden om verhalen te maken die ik belangrijk vind, dus niet die grappige stukjes in de zijlijn maar voor de inhoudelijke dingen. Om duidelijk te maken aan de wereld dat dit soort dingen niet goed zijn en dat dit een probleem is waar we vanaf moeten weten.

Dus toen kwam Syrië en daar waren geen journalisten. Ik kan natuurlijk wachten tot ik meer ervaring heb of er gewoon meteen heen gaan. Waarom zou ik nog wachten. Ik was ook niet meer super jong, achtentwintig. Het zou ook niet de eerste keer zijn dat ik naar Noord-Irak ging, dus onervaren was ik niet echt. Ik heb me verdiept, met mensen gepraat en kreeg zo vrij snel in heel erg goede contacten. Dus we besloten, samen met een fotograaf, om een dag naar Syrië te gaan. Om te kijken of ik het kan en of het veilig genoeg is, het is toch wel een oorlogsgebied. Ik nam me ook voor dat als ik terugkom na die ene dag in Syrië, dat ik niet meteen terug ga. Als je meteen teruggaat naar een oorlogsgebied en je vindt het heel avontuurlijk, dan kan je niet meer goed nadenken. Dus ik ben echt bewust na die ene dag in Syrië een maand lang in in Noord-Irak gebleven, waar het rustig is. Daar heb ik na een maand wachten bekeken of ik echt terug de oorlog in wilde. Zo kreeg ik goed door dat ik heel graag naar Syrië wil, want daar was een echt heel groot conflict bezig. In Noord-Irak was het heel leuk om met vluchtelingen te spreken, maar dat zijn niet echt de dingen. Ik kan best goed omgaan met de angst van zo een gebied, hiernaast vond het interessant en voelde me best op mijn plaats. Dus ik dacht, iemand moet het doen, die oorlogsjournalistiek, laat mij het dan maar doen. Dat is een van de hoofdredenen waarom ik erin zit. Toen ben ik het serieus gaan doen en daar kwamen goede publicaties uit voort.
 


BBP - Toen is het balletje gaan rollen?

Lennart – Ja. Trouwens over die goede publicaties, de eerste was over Noord-Irak. Het ging over een vluchteling die terug ging. Soms krijg ik wel de kritiek dat mensen naar oorlogsgebieden gaan om juist snel carrière te maken, maar bij mij is dat niet zo gebeurd. Het is ook niet waar, want je schrijft een keer een goed stuk maar de volgende moet ook goed zijn. Anders raak je het niet kwijt. Ik krijg mijn stukken nog steeds niet altijd verkocht. Als het goed is, dan verkoop je en anders niet.

BBP - Jouw studies met mystiek en religie, hoe verre komt dat nog terug in jou werk?

Lennart –
Toevallig heb ik net vandaag een verhaal geschreven over de yezidi's, die op de Sinjarberg zaten in Irak. Die worden afgeslacht. Genocide. Zij hebben een hele interessante religie met elementen die ik ken vanuit mijn studie. Dus dat is leuk, daar kan ik extra aandacht aan geven en dat heb ik ook gedaan. Daarin komt het wel terug. Maar ik denk dat er maar een paar lezers zijn die dat echt waarderen. Theologen of mensen met speciale interesses. Voor de rest gaat het bij mystiek vooral om de goede en het kwade en om de dood en leven. Dat soort fundamentele vragen en dat zie je in oorlogsgebieden.

BBP - Dus het is meer het praktijk dan het thoeretische gedeelte wat je in oorlogsgebieden tegenkomt?

Lennart
– Het is meer voor mezelf om dingen een plaats te kunnen geven. Je ziet mensen voor je ogen sterven. Nou, ook weer niet zo letterlijk, maar je ziet de ergste dingen en daar moet je wel mee omgaan. Niet dat het heel erg helpt, maar je houdt je wel veel bezig met leven, dood, goed en kwaad. Dus wat dat betreft, daar kan het dan.

BBP – Je bent momenteel correspondent vergeten oorlogen. Maar je hebt ook wel eens laten vallen dat het genegeerde oorlogen zijn. Waar ligt het verschil eigenlijk?

Lennart –
Eigenlijk alleen de naam. vergeten oorlogen klinkt mooier. Genegeerd is niet zo een mooi woord. Ik denk dat als mensen het lezen, dat het dan klinkt alsof iemand naar oorlogen gaat die vergeten zijn. Een oorlog is natuurlijk niet vergeten, want daarvoor moet het eerst bekend zijn en vervolgens door mensen vergeten zijn. De conflicten waar ik meestal kom halen vaak het nieuws niet. Ze zijn genegeerd.

BBP – Je gaat dus naar vergeten oorlogsgebieden, die hier ook minder bekend zijn. Brengt dat extra risico met zich mee of juist niet?

Lennart –
Het brengt extra riscio mee in de zin dat je het niet kan verkopen omdat bladen zeggen dat het een nieuwsaanleiding moet hebben. Ja, dat is het risico. Maar het is minder gevaarlijk. Meestal. Soms wel natuurlijk, het ligt er aan waar je heen gaat. Maar in Syrië zijn er meer journalisten. Dus daar wordt op ze gejaagd om ze te gijzelen en te verkopen. Dat zal je niet snel hebben in West-Papoea of dat soort gebieden, daar heb je andere gevaren. Ik denk dat daar in het algemeen het veiliger is omdat mensen vaker blij zijn dat iemand komt. Zij doen hun best om je te helpen. Het gevaar daarvan is wel dat je normaal gesproken in Syrië vaak samenwerkt met fixers. Die weten hoe het werkt, die doen het vaker. Maar in vergeten conflicten werken die mensen normaal niet met journalisten want die komen er ook nooit. Dus je kunt er minder op vertrouwen en je moet het zelf in de gaten houden.

BBP Je komt aan in een gebied, hoe ga je te werk?

Lennart
– Dat verschilt ook per gebied. Je moet in ieder geval een veiligheidsplan maken. Daarvoor probeer je alle risico's waar je van af weet in kaart te brengen en daar maak je een lijst van. Dan ga je kijken hoe die risico's zo klein mogelijk te maken zijn. Dat is meestal door niet te laten weten wanneer je waarnaar toe reist. Dus mensen weten niet dat je op dat moment vertrekt en waar je aankomt. Het is een hele lijst waar je een studie van moet maken, bijvoorbeeld moet je niet via de zelfde routes reizen en dat je ook heel goed op de hoogte moet zijn van de meest actuele situaties. Een kamp kan net ingenomen zijn op een bepaalde dag, die rebellen verplaatsen zich per dag dus je weet nooit zo goed waar ze zijn. Hiervoor moet je echt lokale mensen vinden. Dat zijn meestal commandanten in het leger, de politie en lokale journalisten. Ik maak meestal twee plannen. Een in Nederland die breed is en ter plekke maak ik het locaal. Dan maak ik een lijst met contacten en die stuur ik door naar de redacteuren in Nederland. Die staan ieder uur in contact met mij via sms. Als het misgaat dan worden daar de alarm nummers gebeld. Dat is meestal Reporters Without Borders, de ambassade en nog wat lokale mensen. Je moet zorgen dat je zo snel mogelijk wordt bevrijdt. Daarvoor hou ik die lokale commandanten op de hoogte. Zij worden als eerste geïnformeerd en die gaan dan naar mij op zoek. Vervolgens worden de machtigere mensen, zoals de ambassade en de VN gecontacteerd.

BBP - Hoe kan je de mensen die je interviewt benaderen, gaat dat altijd via fixers zoals in Syrië?

Lennart
Eigenlijk hebben alle oorlogsgebieden fixers. Maar als je vluchtelingenkampen in gaat heb je ze niet nodig. Noord-Irak vaak ook niet, eigenlijk nooit. Maar als je de frontlinie in gaat moet je sowieso een chauffeur hebben. Je kunt natuurlijk niet met je eigen auto rondrijden. Een verkeerde afslag en je bent dood. De chauffeur is meestal ook iemand die de taal kent en die organiseert vaak ook de interviews met bepaalde mensen.


BBP – Dus je bent in grote mate afhankelijk van de fixers?

Lennart –
Vooral in landen als Syrië. Daar zeggen ze vaak als grap dat je een toeristische tour voor journalisten neemt. Het is soms inderdaad bijna een grap dat de fixer zegt “zeg maar wat je wil” en zet dat dan vervolgens op een lijst. “We gaan naar een christen, ik wil graag een vluchteling, iemand die getroffen is en een vrouw die gegijzeld is en als seksslaaf is gebruikt.”. Die fixer gaat dan bellen en dan rij je rustig het lijstje af. Dat is best wel bizar.

BBP - Hoeverre heb je zelf de ruimte om die mensen te vinden?

Lennart –
Je hebt alle ruimte. Alleen die persoon woont daar en kent iedereen. Hij gaat zoeken. Als de fixer zegt dat het niet kan, dan gaat dat vaak ook niet. Maar het is niet Noord-Korea ofzo. Dan weet je dat je een super slecht verhaal krijgt en dan zou ik het ook niet doen. In een land als Syrië moet je wel heel kritisch blijven of het wel allemaal wel goede journalistiek is. Maar het hangt dan natuurlijk ook vanaf wat voor verhaal je maakt.

BBP - Dus de eindselectie ligt bij jou?

Lennart
– Ja, alles ligt bij jou. Fixers zijn wel de gene die met jou langs die plekken rijden. We krijgen vaak wel kritische verhalen te horen dat dit en dat niet klopt. Je kan ook iedereen die je wil op straat aanspreken voor van alles. Maar het ligt wel aan beetje aan het gebied.

BBP - Je bent niet de enige oorlogscorrespondent. Hoe staat het met de concurrentie?

Lennart
Dat is eigenlijk heel helemaal niet groot. Je kunt ook heel goed contacten vragen aan elkaar. Dat geven we gewoon. want de veiligheid is belangrijk en het is ook duur om te doen. Ik denk dat daarom er ook niet zo veel oorlogsjournalisten zijn. Het is duur en gevaarlijk. Je verdient ook nog eens niet zo veel geld ermee. Dat is wel een misverstand. Mensen denken vaak na dat je een keer een oorlog ingaat en dat je dan binnen komt met je grote verhaal. Dat is absoluut niet waar.

BBP In hoe verre dekt de opbrengst van de artikelen de productie kosten?

Lennart
Dat dekt het niet. Daarom werk ik samen met die specifieke fotograaf. Zo kunnen we het ook verkopen in Zweden. Daar zijn goede sociale voorzieningen en de afspraak dat ze meer betalen voor journalistieke producties. Je verdient daar gewoon drie á vier keer zoveel. Dat is het probleem met het verkopen in Nederland of in België. Daar lukt het matig en die betalen even slecht als Nederland. In Nederland krijg ik 700 euro voor een verhaal en in Zweden 2500 euro. Eigenlijk werk ik nu hier omdat ik bij De Correspondent alles kwijt kan en het een goed journalistiek platform is. Maar als ik het daar alleen voor zou doen, zou ik geld moeten toeleggen. In België krijg ik ook 700 euro. Met zijn tweeën delen we dat dan. Dat is dan 350 euro per persoon. Als ze geen grote reportages kopen n België vind ik het niet eens zo erg meer. Ach, 350 euro, dat is niet ze veel geld, ik doe er niet eens super veel moeite meer voor. Ik heb liever dat ik in Noorwegen verkoop. Dan krijg ik tien keer zo veel. Moet ik nu gaan bellen en mailen met die Belgen voor 350 euro. Dat is best frustrerend, die kopen dan soms wel en soms niet. Soms proberen ze af te dingen tot 250 euro voor een reportage. Die kost mij gewoon 5000 euro om te maken en willen ze het voor 250. Ik zou terug moeten mailen dat ze zich moeten schamen dat ze het durven te vragen.

BBP – Je zit eigenlijk in een niche met de vergeten oorlogen. Er komt ook wat bij om uit de kosten te komen. Wat denk je, zou je hier ook lang in het vak willen blijven?

Lennart
– Jawel, ik doe ook wel Syrië en Irak er nu bij. Daar verdien je wel best wel goed geld mee, want daar is wel nieuws. En met andere landen die het ook goed doen. Maar ik ben geen journalist geworden om dezelfde verhalen te maken als de rest. Ik wil de vergeten oorlogen doen, en die kan ik dan doen met dat geld. Je kunt ook niet altijd naar Syrië en Irak. Als je dat een keer doet dan zeggen ze dat ze de komende half jaar geen grote verhaalen meer hoeven. We doen dus een maand lang een beetje Syrië en Irak en dan doen we weer een maand anders en dan gaan we wel weer terug. Daar hebben we contacten en het is best goedkoop. Het is ook dichtbij. We wisselen het een beetje af. Sommige Syrische verhalen verdienen iets meer geld, maar dat kunnen anderen ook wel doen. Andere verhalen doen we voor minder geld, maar dan heb je wel echt verhalen die je echt zelf moet doen. In Syrië en Irak maken we ook verhalen die verteld moeten worden.

BBP – Naast de keuze van onderwerp, is er nog iets wat jou onderscheidt van andere oorlogscorrespondenten?

Lennart – Misschien wel dat ik altijd met dezelfde buitenlandse fotograaf werk, daar onderscheiden we ons zelf wel mee. En dat we in Zweden, Nederland, België, Noorwegen en Duitsland publiceren. Dat zie je ook niet zo vaak natuurlijk.

BBP – Over die fotograaf, Andreas Stahl, hoe is die samenwerking ontstaan?

Lennart - De eerste keer was ik met een nederlandse fotograaf naar Syrië. Die wou maar een keer mee en ging daarna terug naar Nederland. We begonnen allebei net en hadden niet veel geld. Ik had een fixer geregeld die ons over de grens kon smokkelen. Alleen die vroeg ongeveer zevenhonderd euro hiervoor. We hadden nog geen verhalen verkocht en dan is het best veel geld, dus hier waren we over aan het twijfelen. Toen kwamen we twee andere jongens tegen van mijn leeftijd. Een amerikaanse journalist en een zweedse fotograaf, Andreas dus. Die waren het zelfde als ons aan het doen maar zij hadden nog geen contact om de grens over te gaan en probeerden dat ter plekke te regelen. Ik dacht, we vragen of ze meegaan en dan delen we de kosten. Dat gingen we doen en dat ging goed. Vervolgens ging ik terug naar Noord-Irak. Andreas ging met die amerikaan terug naar Syrië. Zij gingen dus wel meteen terug de volgende dag. Ik had met mezelf afgesproken dat ik niet meteen terug ging. Daarnaast zou ik dan niet mijn verhaal kunnen verkopen. Zij kwamen daar onder vuur te liggen en de amerikaan is toen neergeschoten. Door zijn voet dan en moest toen eruit. Zij hebben daarna twee maanden niets gedaan en toen belde ze mij. Ze hadden één stukje verkocht aan Noorwegen voor drieduizend euro en daarmee nog aardig de kosten eruit gehaald. Ik heb in die zelfde periode full time time gewerkt voor ongeveer zeshonderd euro per maand. Maar goed, ze hadden het zowel fysiek als financieel overleefd, net. En ik ook, net. Toen wilden we weer terug naar Syrië. Die amerikaan is inmiddels verliefd geworden op een syrische meisje. Hij ging ook met haar trouwen en hierdoor kwam die fotograaf zonder journalist te zitten. Ik had een fotograaf nodig en het klikte ook tussen ons, dus het kwam allemaal best wel goed uit. Nu werken we ruim twee jaar samen en dat gaat prima.

BBP - Hij is je vaste fotograaf geworden?

Lennart - Ja, hij zegt altijd dat ik zijn vaste journalist ben.

BBP - Als geintje, of schuilt er meer achter?

Lennart -  Meer het idee alsof foto's minderwaardig zijn aan de tekst. Dat is het natuurlijk niet. Opzich, ik geef hem deels wel gelijk. We gaan sowieso samen en die plekken bereiken en de contacten leggen is het grootste werk. Dat doen we allemaal samen. Alleen aan het einde is het anders. Hij gaat zijn foto's doorlopen en ik schrijf de tekst op. Dat is het verschil. We werken wel samen, en naast het verhaal staan de foto's.

BBP - Jullie maken in die gebieden ook persoonlijke dingen mee, zoals die journalist die verliefd wordt op een Syriër, die niet in de artikelen komen. Hoe verhoudt dat zich, jouw persoonlijke beleving en je journalistiek?

Lennart – Die verschil valt wel mee. Je moet wel oppassen dat je er geen dingen aan overhoudt, zoals een trauma. Bijvoorbeeld in gebieden met luchtaanvallen bestaat er de angst voor dat wat er aankomt. Dat moment is natuurlijk heel groot, want je hebt er geen enkele grip op, maar het gaat in je lichaam zitten. Dus als ik dan in Nederland ben en er komt een vliegtuig aan, dan weet ik wel dat die me niet gaat bombarderen, maar mijn lichaam gaat dan wel reageren door adrenaline aan te maken, weg te willen of in ieder geval iets te doen. Ook al weet je dat het niet gebeurt, toch word je zwak. Daar had ik wel last van in het begin. Ik voelde de misselijkheid en de zwakte opkomen. Later kreeg ik door dat er dan een vliegtuig aankomt en toen besefte ik dat die reactie niet echt een goed teken is. Maar ja, je moet er veel over praten met mensen en dat heb ik ook wel gedaan. Ik heb niet zulke erge dingen meegemaakt. Maar het is niet normaal dat je door het geluid van een vliegtuig helemaal in de stress schiet. Ik weet ook wel dat het je er eigenlijk helemaal geen vat op hebt.

BBP - Het wordt een reflex.

Lennart - Het wordt een overlevingsinstinct, wat je opzich wel af kan leren, het schijnt ook door te praten. Ik woonde toen in een bos en had een vriendin die geen enkele interesse had in oorlog, maar wel in door het bos lopen. Zij liep ook continue te klagen over haar problemen, dus zo konden we het aangename met het onaangename combineren. Allebei klagen, en allebei door het bos lopen. Maar ik had ook vrienden die wel in oorlog geïnteresseerd waren. Het is ook een interessant onderwerp om over te discussiëren, maar daarnaast is het gezellig om af en toe met wat mensen door een bos te lopen ouwehoeren. En het is ook goed, want op een gegeven moment ging het weg. Ik heb er nooit meer last van.

 

BBP – Het komt op een gegeven moment in je zitten en dat moet inderdaad over gaan.

Lennart - Je moet het niet onderschatten en denken dat het niet uitmaakt, maar voor het zelfde geld komt het op een dag terug. Als je bijvoorbeeld kinderen krijgt en dan zie je al die beelden. Al die kinderen in die kampen terug. Ja, dan heb je een probleem. Ik hoor nog wel eens van mensen die in de vijftig zijn dat ze nooit last hadden van iets en op hun vijftigste ineens met hartklachten, stress en dergelijken te maken kregen.

BBP - Eigenlijk bevind je je in twee werkelijkheden. Eentje is het burger leven in Nederland en de andere is in oorlogsgebieden over de wereld. Hoe is het om in en uit te lopen tussen de twee?

Lennart - Je moet het gewoon doen, er is vrijwel geen andere optie. Je bent soms in de oorlog en soms in het normale leven. Dat is af en toe een beetje raar. Bijna altijd denk je wel ergens aan, al is het aan die mensen in die kampen. Niet dat je er helemaal depressief van wordt, maar je denkt er altijd wel aan.

BBP - Je bent onlangs terug gekomen uit Syrië. Hoe is je alledaagse leven hier?

Lennart - Normaal als je terug komt ga je zo snel mogelijk je informatie uitwerken. Want als het nog vers is kan je het makkelijk verkopen. Dat had je nu ook, het was bijna kerst, Dus voor de kerst moest je het allemaal af hebben, want daarna zeggen ze: “Sorry, het is allemaal oud. Nu hoeft het niet meer.” Dus je moet gewoon doorwerken. Dat is ook wel een probleem want je komt net terug uit een oorlogsgebied en je hebt geen tijd om eventjes bij te komen. Je moet meteen door. Dat is wel een beetje moeilijk, gewoon irritant. Vorige keer was het bijna zomer vakantie en dan moet je daarvoor alles hebben afgeleverd, want die redacteuren gaan weg. Dan heb je al je informatie voor niets. Voor de rest is het in Nederland zo snel mogelijk je stukken schrijven en bedenken waar je de volgende keer naar toe gaat.

BBP - Hoe lang blijf je meestel in zo een gebied?

Lennart - We proberen meestal een maand. Het ligt eraan, in een oorlogsgebied kan je vaak ook niet heel lang blijven.

BBP - Is dat ook tijd genoeg om een goed beeld te kunnen vormen?

Lennart - Daarop moet je je verhaal uitkiezen. Als je de gehele Syirsche samenleving wil doorgronden en kijken hoe de stemming er is, dat kan je dat natuurlijk niet doen in een week. Maar dat is ook niet de taak van de journalist. Dat is de taak van een antrolopoog of een onderzoeker. Als een journalist moet je zorgen dat je bepaalde mensen spreekt en hun meningen goed, duidelijk en helder krijgt. Die weeg je vervolgens af om een verhaal van te maken. Dat is je taak als journalist. Het is ook niet voor ieder verhaal nodig dat je een jaar in het veld moet blijven. Je kunt meestal erin en eruit, drie of vier dagen en dan komen er weer gijzelaars achter je aan.

BBP - Want hoe is het leven in dat gebied voor jou als journalist?

Lennart -
Het ligt er heel erg aan waar je komt, maar meestal word je opgevangen door een groepje rebbellen. Dat is de veiligste manier om rond te reizen. Die hebben wapens en zij weten wat ze moeten doen om niet gepakt te worden door de overheid. Maar daar zijn vaak ook spinonen in dorpen, die staan onder druk en gaan dan aan het leger melden dat ze een blanke hebben gezien. Daarmee breng je die mensen in gevaar. Dus hoe langer je ergens blijft, hoe gevaarlijker het is voor die mensen. Het is zo raar als je om gaat met die rebellen, dan word je naar een safe house gebracht. Dat is een plek waar ze journalisten naar toe brengen of andere mensen die onderduiken. Dat kan in de jungel zijn, een huisje van iemand of een hotel. Daar wacht je dan en dan komen ze langs. Soms, in oorlogsgebieden, als je ver van het front bent kan je gewoon vrij rondlopen en een taxi pakken om naar een vluchtelingen kamp te gaan bijvoorbeeld. Je kan gewoon de stad in en rond wandelen en je hebt ook steden natuurlijk, daar kan je vrij doorheen lopen.

BBP - Dus je kan zelf het programma opstellen?

Lennart –
In de grote steden ben ik meestal zonder fixer. In Noord-Irak kan je iedereen bellen die je wil. Daar ga je gewoon met mensen afspreken. Alleen voor echt materiaal uit het veld, dus de echte oorlog zoals mensen in kapot geschoten dorpen, dat zijn de momenten waneer je een fixer nodig hebt. Maar daarbuiten ben je vrij.

BBP - Hoe zit het met taal?

Lennart -
Steeds meer mensen kunnen tegenwoordig engels, dat scheelt. Maar ja, dan krijg je maar een bepaald beeld want het zijn wel opgeleide mensen daar die engels kunnen. Meestal hebben we vertalers. Dat is vaak gewoon iemand die engels kan, maar je moet ze wel goed uitzoeken van welke stam ze zijn, welke achtergrond ze hebben, om zeker te weten dat ze goed vertalen. Maar dat is meestal niet zo een probleem.

BBP – Hoe is het culinair?

Lennart -
Dat is echt verschrikkelijk. Broodtje koude patat. Het eten is echt slecht. dus daarom wil ook niet lang meer doorgaan. Want je zit op de goedkopste gore hotel kamers. Het stinkt, er zijn kakkerlakken en je eet verschrikkelijk slecht. Als ontbijt eet je wel eens gewoon broodtje patat. In Irak. Koude patat. Met falafel in het koude vet. Dat word je ook zat want je komt terug en je bent helemaal gaar, je voelt je gewoon ongezond. Dat hebben ook andere journalisten. Dat ze ermee ophgehouden zijn omdat het gewoon ongezond is. Je eet ongezond en je zit maar in die kamertjes. Ik kan nooit sporten, ik kan nooit even de natuur in om een mooie wandeling te maken. Het is ook vaak regenachtig. Je zit maar in je hotelkamer of op straat en er zijn heel veel autos in het Midden-Oosten. Overal waar je komt rijden er auto's rond. Over de straat lopen is best wel leuk en ik doe het ook heel vaak, maar dan loop ik de hele dag tussen het verkeer rond. Je kan ook naar een hele grote shopping mall toe en daar zitten mensen de hele dag waterpijp te roken. Dan zit je daar hele de dag veelste zoete thee te drinken en ook waterpijp te roken. Dat is best wel gezellig maar na een maand heb je het ook gehad en wil je echt een sinnassappel. Het is ook dat ik daar niet woon. Ik ga steeds van de ene plek naar de andere en dan heb je geen eigen plek. Als je wil ontbijten heb je geen eigen keukeken en er is niet echt belleg. Ik weet niet waarom, maar in Irak doen ze niet echt aan ontbijten. Dus dan eten we gewoon broodtjes patat en koude hamburgers. Dat speelt allemaal in mee waarom ik denk dat ik dit niet mijn leven lang ga doen.

BBP - Als je meer geld ter beschikking hebt, kan je dan wel bij betere hotel en resturants terecht?

Lennart -
Je kan wel iets beter eten, maar dan zit je in luxe resataurant. Dan is de overgang te groot naar het werkveld.

BBP - Want dan onderscheid je je eigenlijk?

Lennart -
Ik zit met het gore eten, maar daarna ben ik buiten en dan ben ik blij dat ik buiten ben. Je kan dan op zoek. Maar als je in een luxe hotel zit dan kom je daar moeilijk uit. Dan kom je in een soort bubbel van luxe hotels en luxe plekken, dat is niet goed voor de verhalen uiteindelijk. Ik zit zo wel in die theehuizen en heb dan veel contact met de mensen. Dat is wel een erg groot voordeel.

BBP - Je zit vast aan het culuur en het dieet van de mensen daar.

Lennart
- Dat is wel iets wat echt meespeelt daar. Ook in Soedan waar we een reis hebben gemaak, staan ze niet echt bekend om hun goede keuken. Ze haden nog wel hele goede net gebrande koffie, maar het eten. Hersens en maag. Best wel de dingen die je hier niet graag eet. Je werd er niet ziek van, maar ik at het met in mijn hoofd als reden dat ik wel moet want anders val ik om. Dus daar zat je echte hersens en zulke stukken hart te eten. Op sommige dingen moest je een kwatier kauwen en dan spuugde je het weer maar uit in de hoop dat je alsnog maar wat er uitgehaald hebt. Ik ben toen in een week of twee tien kilo afgevallen, wel speelden daar ook vochtverlies en stress in mee.

BBP – De andere onderdelen van de culturen waar je in terecht komt zoals de gewoontes. Hoe gaat dat?

Lennart -
Dat gaat goed, soepel. Heb echt meer problemen met de eetcultuur dan met de gewone cultuur, de omgangsvorm. De meeste mensen zijn gewoon blij dat je er bent omdat je een verhaal komt maken. Ze zijn vaak gewoon aardig. Je komt aan en je wordt altijd uitgenodigd en kan overal wel blijven slapen. Mensen vinden het vaak leuk om eens iets te zien uit een ander land. Ik kom ook vaak in gebieden waar niet zo veel toeristen komen natuurlijk. dus dat gaat soepel. Als je iemand om hulpt vraagt, dan rollen ze vaak direct de rooie lopers uit. Iets anders is wel als je de fout maakt dat je de verkeerde persoon aanspreekt. Het went wel snel, maar je moet een beetje tactisch zijn. Als je bijvoorbeeld een kamer binnen komt en je ziet allemaal mannen zitten waarvan je weet niet wie de leider is, dan moet je gewoon naar de oudste. Die stuurt je dan wel naar de leider toe. Die ziet op zijn beurt dan wel dat je naar de verkeerde bent gegaan, maar wel naar de oudste ging. Zo een oudste heeft vaak ook een bepaalde positie in de groep. Je moet je ook altijd voorstellen, altijd een visitekaartje bij je hebben. Die geef je dan en dat is ook een teken van respect. In Nederland hechten we er niet zo veel waarde aan, maar in zo een land wordt dat wel gewardeerd. Zij vinden het vaak ook heel mooi, die kaartjes. Dat is ook een moment van rust is en dat het duidelijk is dat we nu gaan beginnen. Vaak moet ik ook speeches geven. Ik leg dan even uit wie ik ben en dat doe ik dan wel iets grootser dan wat wij in Nederland gewend zijn. In Nederland zou ik gewoon mijn naam zeggen, maar daar moet je echt zeggen: “Ik kom hier voor de mensen in mijn land, ik ga ze uitleggen wat er met jullie volk aan de hand is.” Dat waarderen ze heel erg, dat je gewoon de moeite neemt om van helemaal de andere kant van de wereld naar hun toe te komt om te lusiteren naar hun verhaal.

In die culturen is het vaak zo dat je welkom wordt geheten door de hele gemeenschap. Soms is het echt supermassaal. Ik heb wel eens in West-Papoea gehad dat een gigantische dans werd opgevoerd met een heleboel mensen, helemaal beschilderd, met pijl en boog in de hand en trommels als begeleiding. Gewoon een uur lang dansen voor ons. Vervolgens moesten we iedereen nog een hand geven, het was een super grote optocht. In Soedaan kom je ergens en dan zitten ze klaar en er wordt wel verwacht dat je een speech gaat houden. Nederland kennen ze soms niet zo goed, maar als je Arjan Robben of Robin van Persie noemt, weten ze het allemaal. Dat voetbal helpt een hele hoop. Sinds het WK is het ook makkelijker voor mij, iedereen weet dat Nederland derde is geworden.

BBP - Zijn er ook culturele verschillen waar je als blanke nederlander niet doorheen kan komen?

Lennart -
Ik heb wel eens in Burma iets gehad, maar dat was volgens mij gewoon persoonlijk.  In Azië heb je soms dat je mensen beleidigt op een manier wat je als Nederlander niet doorhebt. Nederlanders zijn heel direct, je kan gewoon tegen iemand zeggen: “Kan je niet even opschieten.” Daar heb je dan echt ruzie, maar dat laten ze niet merken. Ze nemen vervolgens gewoon hun telefoon niet meer op. Dat is ook bij ons gebeurd. Iemand zei tegen ons: “Morgen om negen uur komen we jullie ophalen.” Om tien uur stond er een gast voor de deur. Ik dacht al, nou lekker laat, maar we gingen mee. Die jongen met wie we de afspraak hadden gemaakt was er niet bij. Ik vond het al raar maar ik dacht best, hij was van het leger. Toen bleek gewoon dat de man die ons had opgehaald via een ander persoon was gegaan. En de jongen met wie we een afspraak hadden is er gewoon van uitgegaan dat we hem zijn gepasserd, ik wist dat helemaal niet. Die jonge was zo boos geworden dat hij allemaal verhalen vertelde over ons die niet klopten en nam zijn telefoon niet meer op. Daar hadden we een heel groot probleem. We zatten ergens in een hotel, konden daar onmogelijk weg want we mochten de straat niet op. Dat was gevaarlijk, want er waren Chineese spionen ofzo. Toen hebben we drie dagen lang daar gezet. Op een geven moment dacht ik, dit is echt bizar. Die jongen neemt zijn telefoon niet op. Ik had een sms gestuurd dat dit een misverstand is en had het al door dat die jonge zich gepaseerd voelde, maar het was gewoon te laat. Toen hebben we allemaal mensen gebeld en uiteindelijk heeft iemand op hem ingepraat. Wij konden niets doen, we werden gewoon ogpehaald door iemand en we hadden ook een afspraak om die tijd, dus hoe konden we het weten. In Nederland kan je gewoon zeggen dat het een misverstand is. Maar hij voelde zich aangevallen, dat was echt vanuit het cultuur. Toen voelde ik echt:  Jezus, dit is echt een andere cultuur. Natuurlijk hebben zijn er altijd wat dingen die anders zijn, maar verder hebben we daar nog nooit nadeel van gehad. 

BBP – Hoe staat het met het huidige stand van journalistiek volgens jou?

Lennart - Veel ten goede en veel ten slechte. Goede is dat het goedkoper is, steeds meer mensen spreken engels en je hebt het internet waardoor je heel makkelijk contacten kan vinden. Dat is goed. Wat minder is dat er heel weinig geld is. Ik maak me wel een beetje zorgen over de toekomst van de oorlogsjournalistiek. Het freelancen is bijna niet te doen. Meeste Nederlandse journalisten die in steeds andere gebieden werken zijn vaak vaste journalist of ze vragen steeds fondsen aan en gaan dan een grote trip doen. Marja dat hele fondsen aanvragen, dat is geen doen. Het kost hartstikke veel tijd, je moet de hele tijd wachten en vaak word je afgewezen en dat duurt maanden. Zo was er nu een deadline op vijf januari, het kwam nu toevallig goed uit want ik was net klaar met mijn artikelen. Maar normaal, als ik die zou missen zou ik een maand moeten wachten voor dat er überhaupt weer een deadline komt en dan moet je nog een maand wachten of je hoort of dat je het hebt. Dan ben je twee maanden verder en ben je alweer failliet. Er zit zo een druk achter en die druk is gevaarlijk want dan ga je meer risico's nemen. Als je meer risico's gaat nemen wordt het gevaarlijk. Je ziet niet veel mensen van mijn leeftijd die oorlogsjournalistiek doen. Ik snap het ook wel, ik denk dat ik ook over een paar jaar op hou en ik weet ook niet of ik verder wil in de journalistiek. Denk het niet. Over vier jaar heb ik het wel een beetje gezien, ik heb dan de conflicten aangeduid die ik wilde. En dan hou ik ermee op en zoek ik maar een echte baan. Als ik op kantoor ga zitten en mijn stukken schrijf zonder risico, verdien ik tien keer zo veel geld.

BBP - Je wil over naar het gewone nieuws?

Lennart – Nee, geen nieuws. Dat vind ik te saai. Dat is het nadeel, als je eenmaal in oorlog bent gegaan wil je nooit meer iets anders. Omdat het gewoon leuk en interessant is. Alleen als ik normaal mijn huur moet betalen en een gezinnetje heb, ga ik niet meer die risico's nemen. Ten eerste als er iets gebeurt als je kinderen hebt, is het dan een te grote risico. Ten tweede, je verdient gewoon niet genoeg geld om rond te komen. Dus dan hou ik ermee op en dan moeten andere mensen het maar doen. Maar ik denk niet dat ze het gaan doen. Dat vind ik wel een groot probleem binnen het journalistiek. Het stopt gewoon omdat het puur vrijwillig is. Ik hoor mensen wel klagen over oorlogsjournalisten dat te snel naar een gebied of te kort gaan. Ik vind dan doe het lekker dan zelf. De enige reden dat ik het doe is omdat niemand anders het doet, omdat ze geen geld hebben en het gewoon gevaarlijk is.

BBP - Dus je werk berust op het ideologie dat iemand het moet doen?

Lennart - Ja, ik heb dit nooit gestudeerd. Ik heb gewoon mystiek gestudeerd en islam. Het was ook nooit mijn intentie om dit te gaan doen. Maar omdat niemand anders het doet ben ik het maar gaan doen. En ik kap er ook mee over drie of vier jaar. Dan ben ik het ook helemaal zat. Dan zit je er weer en word je gebombardeerd en zit je weer met mensen die dood gaan. Dan ga je wel twijfelen over of het dit wel waard is. Maar als het verhaal dan af is en ik later terugdenk aan die mensen, dan ben ik weer blij dat ik dit kan doen en wil ik iets anders. Het is een baan van uitersten, raar werk.

BBP – Dat is het menselijke kant. Jij kan eruit stappen

Lennart - Ik wil het ook gewoon niet te lang doen. Je denkt er ook altijd aan. Het is heeft best een impact op je. Nu is het nog best wel leuk en ik ben nog jong.

BBP – Hoe oud ben je precies?

Lennart – Dertig. Maar het is beetje zorgelijk, want het vak sterft uit. Het is al uitgestorven. Ik zou het eigenlijk al niet moeten doen. Het is dat ik nog met Zweden wat meer geld ermee verdien. Maar nog steeds niet veel. Er zijn niet veel mensen meer die het doen en nieuwe kunnen ook nooit echt inspringen. Je moet al met heel veel eigen geld naar Syrië gaan zonder ervaring. Je kunt wel zo een veiligheidscursus doen. maar die zijn onzinnig en ze kosten achthonderd euro. Dan ben je al je geld kwijt. Dat moet je nooit doen want dan ben je gewoon een hele slechte ondernemer. Als je al je geld investeert in een veiligheidscursus.

BBP - Kan je uit ervaring leren en uit gesprekken met mensen die ervaring hebben?

Lennart - Je moet opzich wel zo een cursus hebben. Dat is ook wel goed. maar achthonderd euro, daarvoor moet je ruim een maand of twee werken. Je moet gewoon zorgen dat je al je geld bij jezelf houdt om überhaupt rond te komen. Dan hoor ik nog wel eens mensen zeggen dat het onverantwoord is dat mensen geen veiligheidscursus of kogelvrij vest hebben. Die mensen hebben geen idee. Ten eerste heb je een kogelvrij vest niet echt nodig. Je zit niet altijd onder vuur. Zo heb ik nog nooit onder vuur gelegen. ben wel eens gebombardeerd door vliegtuigen. Maar dan heb je ook niet zo veel meer aan zo een vest.

BBP - Je werkt als freelancer met als vaste afnemer De Correspondent. Maar wat zijn nou de voor en nadelen van freelancer zijn?

Lennart - Dat ik vrij ben in mijn onderwerp keuzes, Ik kan nu doen wat ik echt wil. Als ik wel eens stukken zie bij NOS of RTL, zijn die soms echt heel erg slecht bij oorlogen. Dan staan ze aan de rand en roepen ze: “We zien nu een bom vallen.” Maar dat kan iedere journalist doen. Als je beetje de diepte in wil gaan, gaat dat niet. Zo heb ik bijvoorbeeld een stuk op RTL gezien over de Yezidi's. Ik ben de naam van de verslaggever even kwijt. Maar die doet ook vaak stukken over Noorwegen. De verslagen zijn leuk, maar die zegt dat de Yezidi's een rare sekte is die als duivelsaanbieders worden weggezet. Dan zegt 'ie dat het een heel bijzondere tempel is. En dat is het dan. Als hij even iets meer zijn best gedaan had, dan had hij geweten dat dit veel interessanter kan. Ik zou er nooit in willen werken. Met De Correspondent kan ik de diepte ingaan en ze laten je ook vrij. Ik kan daar het beste maken wat ik kan. Ik heb ook voor GDP gewerkt, maar daar moest ik over een raar Irakees supermarkt en dat soort onderwerpen schrijven. Maar ik schrijf absoluut niet voor een breed publiek. Omdat heel veel mensen niet geïnteresseerd zijn in het buitenland. 

BBP – Dat blijft inderdaad de eigen keuze van de lezers.

Lennart - Ik ga niet even schrijven voor een breed publiek. want dan moet ik altijd die link met Nederland leggen. Met Marco Borsato en dat asielzoekers ook de pindakaas in Nederland missen. Ja, als mensen dat willen horen is prima, maar dat ga ik niet doen. Ik ga niet mijn tijd ermee verdoen. Ik schrijf echt voor een een publiek wat al geïnteresseerd is en over onderwerpen die ik zelf interessant vind. En dat kan bij De Correspondent. Dus dat past precies in waarom ik het doen. En ik verdien er ook nog best wel goed en ze hebben ook met veiligheid goed geregeld. Ze zorgen dat ik in contact kan blijven, alles gaat via hun. Dat is gewoon heel goed. Verzekering regel ik zelf omdat dat gewoon goedkoper is. Die zou ik kunnen declareren maar daar hebben we het nog nooit over gehad.



 

Prikken zonder studio by Balazs Szucs

Momenteel zijn er meer dan vierduizend geregistreerde tattooshops in Nederland en veel meer mensen die tatoeëren. Voor velen is tatoeëren een vak waar je leven aan wijdt, maar anderen willen daar meer vrijheid in of zien tatoeëren als een snelle manier om geld te verdienen. “Pauls tatoeage is zoals het hoort: overmand door emoties liet hij hem zetten. Een daad van romantiek en rebellie. Het is onverantwoord, betrokken, en als het goed is kan je er later nog spijt van krijgen ook.” Dit zijn woorden van tattoeerkoning Henk Schifmacher aan Vice nadat hij op de hand van de fotograaf Paul Blanc 'Je Suis Charlie' heeft gezet. Dat tatoeages, ondanks hun permanente staat, toch vaak spontaan gezet worden betekent niet dat de tatoeëerders ook per definitie wispelturig tegenover het vak staan.

 

Ongecontroleerde kwaliteit

Dick de Wit, al tweeëndertig jaar shopeigenaar van Magic Tattoo Studio in Utrecht, gelooft sterk in de levenslange toewijding aan het tatoeëren maar ziet dat dit niet meer altijd zo gebeurt tegenwoordig.

"Dat is de ellende juist, toen ik in 1982 begon waren er al vijftig shops in Nederland. We hebben toen een bond opgericht omdat we vonden dat het er al te veel waren. Nu zijn het er meer dan vierduizend. Er zijn ook een aantal shops die gekomen zijn om snel geld te verdienen. Er zijn veel te veel mensen met de verkeerde intentie bezig. Die denken; ik heb niet veel nodig in mijn leven. Wil mijn biertje drinken en een jointje roken, dus weet je wat, ik ga dan maar tatoeëren. Dat is dus helemaal niet de bedoeling. Vroeger kon je niet eens een tattoeerapparaat kopen. Tegenwoordig klik je op Google en je krijgt een paar duizend winkels die die dingen verkopen. Dat is de ellende, eerst beginnen en dan kijken of het lukt."

Tatoeëren zonder shop

“Een goede tatoeerder zit nooit zonder werk, nooit zonder shop. Sterker nog, alle goede shops hebben vaak interesse in goede tatoe.erders. Dus ik vind dat die gene die niet in een shop werken eigenlijk de gene zijn die helemaal niet moeten tatoeëren.” Met deze woorden van Dick in gedachten ging ik langs bij Liz, een Poolse kunstenares die momenteel zonder shop tatoeëert. Liz is niet haar echte naam vanwege de mogelijke gevolgen voor haar. Zij is destijds in de leer gegaan bij een shop en andere tatoe.erders. Bij elkaar heeft ze nu anderhalf jaar ervaring opgedaan en werkt momenteel uit een kleine kamer in Nieuwegein, binnenkort gaat ze in Litouwen weer tijdelijk bij een shop werken naast haar studie. “Ik zou graag weer bij een shop willen werken, met professionals die mee kijken. Dan leer ik in een maand al veel meer dan dat ik zo met de individuele stukken doe. Ik wil graag mijn geld verdienen met mijn tekeningen en ik zie wel voor me dat ik een deel van mijn leven bij een shop werk, maar ik wil ook andere dingen doen.”

Doe dit niet na

Na gezien te hebben hoe ze werkt en met nog een leeg stuk op mijn been stelde ik haar de uitdaging om iets uit de losse hand daar te tatoeëren. Bij aankomst wachtte al een voorbereidde leren ligplaats en alles al schoon klaargelegd. “Ik heb ervaren wat steriliteit is. Een paar jaar terug kweekte ik paddenstoelen en bij het luchten moest je alles steriel hebben, heb dat een keer niet gedaan en die paar secondes van openen leverde al nieuwe paddenstoelen op.” vertelde ze mij met een lachje. Het tatoeëren ging goed, op wat opstart probleempjes na dan, maar elke tatoeëerder heeft die met mijn huid gehad. Het ontwerp werd geleidelijk opgebouwd en uiteindelijk zijn we zeven uur bezig geweest. Dit was eigenlijk het grootste verschil tegenover mijn ervaringen met shops. Het proces duurde veel langer, maar ik liep gelukkig wel met een keurige tatoeage weg.

De traditionele route

De Wit gaf raad die bij de meest spontane ideeën in acht te nemen valt: “Je gaat eerst iemand goed bestuderen voordat je wat gaat zetten. Dan is het kijken wat je hebben wil en waar je heen gaat en niet klakkeloos de eerste de beste shop ingaan uit gemak. Het staat levenslang op je lijf. Je hebt dan nog mensen die schoenen kopen voor driehonderd euro maar op een tattoo gaan ze tientje bezuinigen, want een ander doet het thuis voor net wat minder.” Liz verwoorde dit een stuk directer: “Je lichaam is jouw dagboek, als je het verneukt dan blijf jij ermee zitten!”

 

Het eerste biertje by Balazs Szucs

Een wijs man heeft dit ooit mij laten weten; 'Het eerste biertje, die is heilig. Een schone maagd die je voorzichtig behaagt. Rustig hap je door de schuimkraag en geniet je met volle teugen van het gouden vrucht. Je neemt je tijd voor haar, verkwist haar niet met ander gedrocht zoals 'glaasje vlug'. Maar het tweede glas, die is niets meer dan een goedkope sloerie. Op haar kan je vreemd gaan zoals het je hart begeert. Het maakt haar toch niets uit terwijl je door haar vlees scheurt.'. Met dit in hoofd heb ik vrijwel geen keus dan zijn wijsheid op de proef te stellen. Vandaag heb ik me al man bewezen, nu is het tijd voor wat ondeugd. Met een kop vol uitgebluste zorgen haal ik mijn eerste, let wel; hier wijk ik van mijn geestelijke vader af, blik bier. Ja, het voelt vooralsnog als een deugd.  Onverhoeds stap ik in mijn vervoerswijze van keus, een overvolle trein die net plaats heeft genoeg heeft voor mij. Langzaam leun ik achterover en met een beoefende beweging open ik mijn blik. Een siss, korte stilte. Met een koude 'klik' gaat het metalen omhulsel open. Ik weet het nu al, ik ben verloren. Maar zodra onze lippen elkaar raken vervliegen al mijn zorgen en waan ik mij in verre landen. Het kleine boek wat op mijn schoot zijn geheimen openbaart leidt mij verder naar die oorden. Begeleid door de schone maagd kan ik alleen zeggen, hij had gelijk. Maar tijd vergaat en zo verwelkt zij in haar stalen harnas, helaas. Volgende halte kan Ik niets anders doen dan even wachten en op zoek gaan naar haar tegenhanger. Ja, zij voelt goedkoper. Ook al heeft ze mij meer gekost in die verdomde Europese valuta. Achteraf gezien niet verbazingwekkend als je bedenkt wie mij zou willen, net terug gekomen van hemel op aarde. Desalniettemin stappen we weer samen in, maar zij, die schone maagd is de gene die me in vuur en vlam houdt. De gene die mij laat verwoorden wat mijn hart voelt. Zij, die tweede, staat trouw en onderdanig naast me, wachten totdat ik een bijna onbewuste slok neem. Maar nee, zij is niet die minachting waard. De ziel is nog niet verloren, de is vraag alleen, wanneer is het aangekomen. Onschuld bederft niet zomaar, alleen als het in de handen komt van een barbaar. Met deze worden sluit ik mijn betoog, laat haar leven, laat haar bloeien. Geniet van dat, wat komen gaat.

Kloten met je beleving by Balazs Szucs

Er staat een glas whiskey naast me, net voor de derde keer bijgevuld en met genoeg ijs. Scotch blend. Net een halve dag aan het editen geweest dus is het meer dan welkom zodat ik ook mijn gezond verstand behoud. Maar dan is nu mijn grote vraag, aan jou mijn lezer, wat denk je nu? Nu je weet dat ik dit schrijf met wat Schots goud achter mijn kiezen. Weet je eigenlijk wel zeker dat ik net de waarheid schreef en niet uit mijn vingertoppen sta te lullen?

 

Hier wordt het interessant. Het moment wanneer jouw perceptie verandert van wat er op dat grote grove witte oppervlak nou werkelijk staat. Het moment wanneer ik, van veraf zonder ook maar mezelf fatsoenlijk voorgesteld te hebben een andere draai kan geven aan dat kleine moment van je leven. Genieten noem ik dat.

Of ik nog weet wat er in deze foto daadwerkelijk gebeurt? Geen idee meer precies. Maar in ieder geval niets wat spanning gaf. Dus hier gaan we aan de haal. Een woord toegevoegd en wat gebeurt er met het beeld. Als we het puur esthetisch bekijken eigenlijk vrijwel niets. Er wordt een nieuw element toegevoegd. Maar als we naar de interpretatie kijken, iets waar een mens een natuurlijke behoefte aan heeft als die iets beschouwt, dan gebeurt er degelijk wat. De situatie begint te leven tewijl je niets meer hebt dan wat je voorgeschoteld krijgt. Het bevroren moment gaat bewegen en je voelt de klap aankomen van die frontale botsing waar onze hoofdrolspeelster zich op voorbereidt met die ene woord. Het onvermijdelijke samengevat. Vier doden en vijftien gewonden. Nee! Het is gewoon een sms die laat weten dat het eten aangebrand is, waarom moet je zo doemdenkend zijn.

Kan er niets aan doen, dit is de waarheid die niet bestaat. Hetgeen wat ik voor jou heb gemaakt en na jaren hard werk voor je neus duw.

Maar aan de andere kant probeer ik nu wel een serieus iets aan de kaak te stellen. Dat wat je leest, ziet of hoort niet altijd de waarheid is die ik heb meegemaakt. Begrijp me niet verkeerd, wat ik en de rest van de wereld proberen te communiceren berust wel op de waarheid. Maar we kunnen het gewoon niet in zijn volle ernst vertellen. Dat leest toch voor geen meter. Alhoewel, ik vind het nog wel eens leuk om voor de grap door woordenboeken en lexicons te bladeren en de feiten zo droog mogelijk tot me te nemen. Leest best leuks als je de welbekende woorden overslaat. Maar om de wereld om me heen te kunnen interpreteren heb ik meer nodig soms dan de droge feiten van een bankovername. Dan heb ik die narratief nodig, al is het niet per se met de stem van Morgan Freeman.

Elke keer als we informatie tot ons nemen, dan is en blijft het een product die door onze soort is gegenereerd. Elke keer met zijn eigen doel en soms is mijn doel om met jow kop aan de haal te gaan “for the greater good”. Maar dan weet je dat ook. Dus, wie schenkt me bij?

 

Interview met Carli Hermès: 'De wereld is preutser geworden' by Balazs Szucs

Een halfnaakte zeemeermin zweeft voorbij de goed geklede man binnen de perken van de dichtstbijzijnde abri. Dit is een beeld die de meesten van ons wel tegen zijn gekomen in 2015 dankzij de reclamecampagne van Suitsupply. De fotograaf achter deze en andere spraakmaakende campagnes is Carli Hermès, de man uit Amsterdam die niet schroomt om naakt te tonen. “Een zeemeermin met kleren, dat gaat niet.”

De rode draad van het Suitsupply campagne van 2015 bevindt zich onder water. Grote achtergronddoeken waarvoor de modellen in de blauwe leegte rond zweven. Dit is de eerste keer dat de Suitsupply campagnes het vaste land verlaten en gebruikt maken van deze context. Voorgaande campagne foto’s kenmerkten zich door strakke en contrastrijke fotografie. Het vrouwelijke sexappeal wordt vaak aangewend, maar net zo vaak domineren ook andere visueel sterke taalvormen om de pakken te kunnen verkopen. Wat wel gezegd kan worden is dat elk jaar een verzorgde en vaak experimentele campagne neergezet werd. Dit jaar was het opvallend dat de modellen vrijwel naakt, in ieder geval met de borsten vrij, getoond werden in een bijna schilderachtige manier op de billboards en abri’s. De rol van Hermès is hierin groot, aangezien zonder hem en zijn fotografische stijl deze campagnes waarschijnlijk nooit zo veel aandacht hadden gekregen.

De campagne van Suitsupply 2015 is in contrast met voorgaande werken wat meer dromerig. Was dat een bewuste keuze of kwam het al doende?

“De manier hoe wij te werken, is dat we ergens blanco naartoe gaan. Meestal is dat Zuid Afrika, Kaapstad, omdat het daar volledig op producties is ingericht. Dan ontwikkelen we daar met een groepje een idee, kijken we gewoon wat we daar tegenkomen of waar we aan denken. Dat gebeurt allemaal in een week of tien dagen.”

 

In de werkfilms is het steeds te zien hoe het bijna organisch ontstaat.

“Dat is slechts een korte impressie, want het is veel meer dan dat. Je probeert wat dingen uit, je bent op zoek naar modellen. In principe moet daar alles geregeld worden. We nemen heel veel boeken mee, films, we kijken ook veel op internet naar beelden, van alles eigenlijk. Wat je dan doet is eigenlijk een soort, plakbord maken. We hebben allemaal grote muren in het huis waar iedereen kopietjes op plakt, teksten, kleuren plaatjes, van alles.”

 

Dus een visueel brainstorm.

“Eigenlijk wel. Daar kijken we dus de hele week naar en op een gegeven moment pikken we daar dingen uit waarvan we vinden; ‘God, kunnen we die richting op qua gevoel en die richting qua beeld en idee.’ Dat mixen en mengen we en gaan dat testen en uitproberen. Zo ontstaan de dingen.”

 

Dat is een puur op beeld gericht proces, maar ben je tijdens het maken van de foto’s ook bezig met wat het gaat doen met de mensen die het te zien gaan krijgen?

“Nee, daar ben ik niet mee bezig. In eerst instantie probeer ik gewoon iets te maken wat heel mooi uitziet. Het was nog totaal niet bekend of het in abri’s zou terechtkomen. Ik bepaal dat niet, want het hangt van de klant af.”

 

Het gaat nu om een reclame campagne, dat zou altijd wel effect moeten hebben bij de mensen die het gaan zien.

“Soms, niet altijd. Het is altijd wel goed om een beetje aandacht te krijgen, want je wil toch wel je pakken verkopen. Daarvoor moeten zo veel mogelijk mensen het zien. Maar er is zoveel reclame, vooral in die mannenmode. De pakken lijken allemaal op elkaar en het gaat in principe om de details wat het verschil maakt. Dus dan moet je toch wel en heel erg goede campagne hebben wil je het daar alleen mee doen, zonder achtergrond of verhaaltje, in principe zonder image om aandacht te krijgen. Je kan dat op ontzettend veel verschillend manieren doen, maar ik ben natuurlijk verantwoordelijk voor de beelden.”

 

Wat is vanuit dat jaar blijven hangen?

“Wat ik zelf mooi vind? Ik vind zelf het romantische beeld tussen man en vrouw heel mooi. Hiernaast vooral het kleurgebruik. We hebben er knetterhard aan gewerkt met achtergronden in het zwembad hangen, dat heb je ook in het testfilmpje ook gezien. Echt tot diep in de nacht prints moeten laten maken met bepaalde kleuren erin. Dat vind ik heel goed gelukt, ik ben blij dat het zo eruit is gekomen. Ik vind alleen jammer dat reacties vaak banaal en verkeerd zijn.”

 

Je foto’s zijn, mogelijk door het manier van werken en de beelden die je kiest, altijd vrij sprekend en met een maatschappelijk randje.

“Dat heeft te maken met dat er naakt in zit en mensen hebben vaak moeite met naakt. Zelf heb ik daar verder geen moeite mee.”

 

Jij hebt daar geen moeite mee, maar mensen, zoals je zegt, wel.

“Nee, niet mensen, er zijn – kijk het is altijd zo; als je wat maakt wat aan spreekt als artiest, als kunstenaar, fotograaf of filmer, dan zal je altijd wel en kritische noot krijgen omdat het wat vertelt. Als je een nietszeggend iets doet, dan heeft niemand er iets op te melden. Daar kun je geen reactie op geven. Snap je? Je kunt nooit verwachten van alles wat je maakt, dat je alleen maar positieve reacties zal krijgen, er zal ook iets negatiefs komen. Dat snap ik en ik vind het prima, het maakt niet zo veel uit. Natuurlijk heb ik liever dat er heel veel meer positieve reacties zijn dan negatieve. Dat is ook vaak zo, ik vind het alleen erg jammere dat negatieve reacties vaak veel meer aandacht krijgen dan positieve.“

 

Is het steeds de zelfde soort kritiek wat terugkomt?

“Ja, en ik vind het zo jammer dat die paar mensen die er moeite mee hebben zoveel aandacht krijgen. Het zijn er maar een paar. het slaat helemaal nergens op. Ik kreeg op een gegeven moment een belletje van het Parool: “Goh ze hebben al je foto’s afgeplakt.” Ze, helemaal niet ze. Ik denk dat het een individuele actie is en die ene persoon krijgt nu zoveel aandacht omdat hij een plakbandje erop geplakt heeft. Ik zei dat het me geen onderwerp leek om er iets over te schrijven. Het is geen groepering, het is niet een hele groep die er moeite mee heft. Het is een persoon en het lijkt me absoluut niet verstandig om er iets over te schrijven. Dan krijgt die persoon heel veel aandacht terwijl dat niet de bedoeling is.”

 

Mis je nog iets uit de reacties over je werk?

“Dat het eigenlijk van een kant komt, dat het meestal gaat over het naakt onderdeel wat er in zit en nooit over de schoonheid ervan of het waarom. Het gaat er steeds erom waarom een naakte vrouw en niet een naakte man getoond wordt. Ja, waarom niet andersom? Omdat ik pakken moet verkopen, het is heel simpel en ik vind het niets met maatschappelijke ding te maken hebben. Het is gewoon een feit. Ik vind het iets anders als je porno met dieren laat zien, ik zeg maar iets, of moordpartijen in een woestijn. Dat vind ik een heel ander verhaal, maar dit – we worden allemaal naakt geboren en ik vind het prima om het te mogen laten zien.”

 

Ik heb vrij weinig interviews met jou gevonden die hierover gaan, hoe ga je er zelf mee om?

“Nee, ik doe meestal geen interviews. Ik werk gewoon in opdracht en maak die foto’s gewoon voor hem, en dat bedrijf. Het is niet mijn pakkie-an in principe. Ik wil best wat zeggen als er wat te zeggen valt. Het komt ook doordat ik vind dat die hele kleine minderheid heel veel aandacht krijgt en daar ga ik niet meer aan meedoen. Zij vragen om aandacht en dat hoeft niet van mij per se.”

 

Het is de afweging tussen de grote stem van de minderheid en de stilte van de meerderheid.

“Ja, dat is precies wat je zegt en dat vind ik toch jammer. Vaak gaat de pers toch wel heel snel daar naar toe. Wellicht zou ze zouden heel veel energie moeten stoppen in het laten zien dat mensen het heel mooi vinden en juist heel goed vinden. Die zijn er ook, maar daar wordt geen aandacht aan besteed, totaal niet.”

 

Wie zijn die personen?

“Je ziet op Facebook best wel goede reacties, van de drieduizend – ik weet niet precies hoeveel reacties er zijn, het zullen wel honderd zijn, weet ik veel. Ik denk dat dat daarvan negentig top zijn en tien negatief. Het zijn wel de vrouwen die erop reageren, er zijn maar weinig mannen die dat doen, en het zijn altijd de zelfde. Ik denk dat dit niet kosher is.”

 

Aan de andere kant, er zijn heel wat campagnes waarbij het puur om de seksualiteit gaat bij dergelijke foto’s, aangezien sex sells!

“Ik denk dat sommige mensen dat inderdaad doen, ik niet hoor. Ik prop er heus geen dame in de foto omdat seks moet verkopen, ik hoef zelf niets te verkopen, geen pakken, ik verkoop het liefst gewoon mooie foto’s. Maar bijvoorbeeld met het laatste campagne vind ik het gewoon mooi om een zeemeermin in te hebben en een zeemeermin met kleren, dat gaat niet. Het liefst had ik het helemaal naakt gedaan, ook geen broekje aan, gewoon een puur. Maar dat kon dan niet. Je hebt sommige mensen binnen het bedrijf die zeggen: “Laten we dat maar niet doen.” Terwijl ik dat ook wel vind kunnen. Alles kan, als je het maar lief en goed bedoelt.”

 

Hoe vinden de modellen om in die rol te staan?

“Dat vinden ze prachtig. Zeemeerminnen, zij zijn de heldinnen die de mannen redden. Ik heb ook oude schilderijen bijgehaald uit de middeleeuwen, uit de zestiende en zeventiende eeuw en het Barok. De Reubens-achtige beelden. De kleuren heb ik daarnaar gemaakt. Ik vind het mooi om naar te kijken. Strelend, om in mijn geval een vrouw in te hebben.”

 

Is die symbolische waarde en rol van de vrouw, die vroeger ook wel naakt geaccepteerd werden zoals bij Reubens, veranderd of verdwenen?

“Dat weet ik niet, ik vind wel dat de wereld wel wat preutser is geworden. Daarmee bedoel ik dat het vooral gaat – wij praten dus nu over een heel klein onderdeel van de mensen die vinden dat naakt niet kan. Er is een heel erg grote range die er helemaal geen moeite mee heeft. Ik weet ook niet waar ik het met hun over zou moeten hebben, ik ken hun manier van denken niet. Als we het hebben over gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, dan heeft het niets te maken met aan of uit gekleed. Gelijkwaardigheid op spirituele vlak vind ik wat anders, maar op beeld vlak totaal niet. Ze worden als helden neergezet.”

 

Die spirituele gelijkheid, wat bedoel je daarmee?

“Dat mannen op de zelfde manier behandeld worden als vrouwen en anders om. Dat vind ik wel belangrijk, dat het niet zo is dat; jij mag dit niet omdat jij een vrouw bent en jij mag wel wat omdat jij een man bent, of juist wel als je een vrouw bent. Nee, in de maatschappij zijn we gelijk.”

 

Hoe is die samenwerking met Suitsupply tot stand gekomen eigenlijk?

“Fokke de Jong had toen één winkel en ik had hem al eens gezien bij AT5. Hij werd de ondernemer van Amsterdam geloof ik. Daarna had hij een winkel geopend langs de A4 en dat vond ik wel een slimme zet. Toen bedacht ik dat ik best eens in contact met die man wou komen om te kijken of ik iets voor hem zou kunnen betekenen. Volgens mij is het zo gekomen, en vanaf dat moment ben ik campagnes voor hem gaan maken.”

 

Die campagnes waren gewaagd, vaak gewaagder dan deze.

“Ja, deze is niet - de enige die echt wel gewaagd was is natuurlijk Shameless. Maar met de goeie bedoeling. Daar is heel veel kritiek op geweest, er wordt nog steeds over gesproken terwijl die allang niet meer zichtbaar is.”

 

Precies, het is nu alweer vier, vijf jaar geleden.

“Nee, dat niet. Drie jaar geleden, 2012 denk ik.”

 

Tien, 2010.

“Ooh, tien. Tien al, moet je kijken.”

 

Ja, het komt steeds naar boven.

“Het komt steeds naar boven. Ja, daar gaat ie weer, hup Shameless. Nee, dus dat....”

 

Hoe zou jij daar bovenuit kunnen komen, misschien een nieuw overtroevende campagne volgend jaar?

“Nou, ik vraag me steeds wel na elke campagne af wat het volgend jaar gaat worden, maar je groeit ook met de tijd mee en de tijdgeest is zoals die is. Ik zeg niet of iets beter of slechter is dan de vorige keer, maar alles is wel anders als je een half jaar verder bent.”

 

Deze campagne is wel sensueler.

“Hij is niet sensueel, er wordt niet aangeraakt. Steeds zijn er twee personen maar er is geen fysiek contact. Ik denk dat het door de kleuren en het zweven het een gevoel van romantiek krijgt.”

 

Zou daar meer behoefte voor zijn dan strakkere, meer sexy en bold campagne?

“Ik denk dat op het moment dat je het maakt het lijkt alsof dat de sfeer is waarin we zo in leven, maar ik denk niet dat ik dat de volgende keer ga doen omdat dat heerst. Ik ben niet bezig met trends in fotografie.”

 

Je werkt ook autonoom en dan moeten je beelden ook op zichzelf kunnen staan.

“Ik vind dat het beeld, zeker in mijn geval, geen onderschrift nodig heeft. Je mag zelf bedenken wat je ervan vind. Een foto is in principe een plaatje die uit zichzelf een verhaal moet vertellen zonder dat het een onderschrift moet hebben.”

 

Heb je ook vaste inspiratiebronnen?

“Nee, je hebt wel je gewoontes waardoor je bepaalde dingen steeds tegenkomt, maar er is niets specifiek waarop ik terugval. Het zou kunnen, maar dat denk ik niet. Het liefst zie ik steeds nieuwe dingen. Ik heb wel heel duidelijk mijn eigen stijl ontwikkeld omdat ik al zo lang bezig ben, het kan eigenlijk ook niet anders. Natuurlijk zijn er veranderingen in die stijl, je verandert zelf ook, maar het blijft gewoon herkenbaar vind ik zelf. Dat vind ik wel fijn, dat je niet per se een onderschrift van een fotograaf moet hebben om te herkennen van wie het werk is.”

 

Hoe verhoudt het commerciële met je vrije werk?

“Het ene inspireert het andere wel, ik vind dat ik in mijn vrije werk dingen tegenkom die ik kan gebruiken in mijn commerciële werk en in het commerciële kom ik dingen tegen waarbij ik denk; ‘God dat moet ik onthouden voor mijn vrije werk.’ Dus het ligt wel dichter bij elkaar dan je denkt. Alleen bij commercieel werk moet je met heel veel dingen rekening houden.”

 

Er staat altijd wel een creativemanager boven je.

“Ja, je hebt niet volledig de vrije hand, zeker niet.”

 

Eigenlijk staat commercieel werk verder los van wat jij verder maakt.

“Het zijn twee verschillende werelden. Mijn vrije werk hang in galeries en af en toe in museums en mijn commerciële werk hangt in winkels of wordt getoond als advertenties in bladen, billboards of op internet. Dat is een heel ander medium. Er zijn wel mensen in de scene van mijn vrij werk die ook werk kopen wat ik voor bedrijven maak. Voor KLM heb ik een campagne gemaakt waarvan ook werk los van is verkocht en ook een paar van de Suitsupply foto’s heb ik verkocht aan particulieren. Op zich is het hartstikke leuk dat dat ook wel gebeurt. Mijn stijl zit erin, maar het zijn toch wel twee verschillende werelden.”

 

Het is wel zo dat als ik je vrije werk wil dat ik er dan naar toe moet en je commerciële werk komt naar mij toe.

“Ja, met commerciële werk wordt je vaak geconfronteerd en met vrij werk niet, dat moet je echt zelf komen opzoeken.”

 

Zou je dat ook anders willen zien?

“Nou, nee. het is wel heel fijn als je vrije werk veel aandacht krijgt maar ik hoef natuurlijk niet als een reclamezuil in de stad te hangen. Ik vind dat je de fotografie die je verkoopt in galeries ook gewoon echt live moet zien, want dat ding wat je gaat zien is hetgeen wat je gaat kopen en niet het product wat erop staat. Dat is het grote verschil.”

 

Hebben je foto’s een lerend effect, in plaats van de wat slordigere reclames?

“Dat weet ik niet en ik heb gewoon geen zin om lelijke dingen te maken of naar buiten te brengen. Ik maak ze wel, maar breng ze liever niet naar buiten toe. Ik houd daar van, mooie beelden, afgewerkt, schoonheid en stilistisch. Dat is mijn stijl.”

 

Zou dat een voorbeeldfunctie kunnen hebben op andere fotografen die op zijn gegroeid met Instagram, met een heel erg vlugge, slordige manier van beeldwerking?

“Misschien dat mensen geïnspireerd worden, maar het is niet zo dat ze mij moeten zien als leermeester. Iedereen moet doen wat die zelf wil, als ze mijn foto’s als inspiratie zien is dat mooi, maar hoeft van mij niet. Ik vind Instagram wel leuk hoor, ik vind dat slordige, die schetsmatige in de fotografie van nu best wel mooi.”

Oink, Oink Motherfucker! by Balazs Szucs

Iemand is dood. Even stopte ik en verwerkte mijn betrokkenheid. Ben een buitenstaander zover ik weet, maar zij, zij niet. Zelfmoord. Strop. Zo is hij gevonden. Nu is het een week verder. De steeds bedrukte week van voorbereidingen en onbegrip raakt zijn piek.

Voor deze kwetsbare franje van de samenleving komt het hard aan, misschien wel harder dan bij de normale burgers. Het kan ook zijn dat ik dit er zelf in wil zien. In de gangen van het huis, onbekende gezichten zoekend voor troost en steun. Zij kenden hem allemaal. Ondertussen vloeien de voorbereidingen over in uitvoer en het huis is “nog nooit zo schoon geweest.”

In de ochtend hoor je nog de busjes en auto's die vertrekken en daarna alleen nog de stilte. Zij zijn weg, de laatste vaarwel voor de brand. Vergezeld door giften voor het volgende wat hierna ook moge komen. Slayer en wodka zal er in ieder geval zijn. 'Oink Oink Motherfucker' zoals zijn krans getuigt.

De bode van hun terugkomst heeft geen moment gefluisterd. Terwijl zijn vuur gedoofd is raast het bij hen door. gevoed door de pijn, ongeloof, drugs en alcohol terwijl ze door al hun emoties heen knallen. Ongeremd komt het naar boven als een oerkracht en het huis moet maar wijken. Ik weet niet wanneer de eerste kreet naar boven kwam borrelen maar “ALLES GAAT KAPOT!” Wat in handen kwam ging eraan om zichzelf maar vrij te kunnen geven. Tot aan bloedens toe. Tranen en geschreeuw in de ene hoek, gelach en rust in de andere terwijl ieder zijn manier “FUCK! FUCK! FUCK! FUCK!” breekt er doorheen. Een deur explodeert de ruimte en een ander zakt ernaast in. Metal raast. Moshpit begint en de muur gaat eraan. Ruwe rouw. Catharsis. De rest komt later.